Direct naar menu
start » wereldwijd » taaluniecentrum

Poëzie

deze oefeningen in .pdf tekst bij deze oefeningen

IK WIL ALLEEN

de oefeningen


     ♦ VOORBEREIDING

1. Informatie over de dichter
Jan Arends werd geboren 1925 in Den Haag. Tijdens zijn leven heeft hij veel baantjes gehad. Later werd hij een paar keer opgenomen in psychiatrische ziekenhuizen, en in 1974 pleegde hij zelfmoord. In zijn gedichten en verhalen zocht hij naar de grens tussen realiteit en gekte. Over zijn leven is een film gemaakt.
Meer informatie vind je op www.dbnl.nl/auteurs.

2. Luister naar het gedicht en lees de tekst mee.

     ♦ BEGRIP / ANALYSE

3. (werk alleen) Zoek woorden op die je niet kent.

4. (werk alleen) Wat betekent de uitdrukking “Het gaat je niet aan”?
In die zin is het subject en je indirect object. Deze uitdrukking staat in de laatste strofe van het gedicht, maar dan in een iets andere vorm:
(Maar) wie ik ben gaat niemand wat aan.
Wat is subject en indirect object in deze zin? Wat betekent de zin?

5. (werk samen) Een tegenstelling of paradox.
In gedichten komen we vaak tegenstellingen tegen. In dit gedicht vinden we ook een tegenstelling of paradox. Probeer te vinden wat de tegenstelling is. Beantwoord eerst de volgende vragen:
- Welke reden noemt de dichter om te schrijven?
- Wil hij zijn gedachten wel met andere mensen delen?
- Welk nadeel heeft schrijven volgens hem?

     ♦ UITSPRAAK

6. (werk alleen) Luister naar het gedicht. In elke strofe valt het accent op ιιn woord. Welk woord is dat?

    Strofe 1
  1. ik
  2. alleen
  3. ben
    Strofe 2
  1. andere
  2. reden
  3. niet
    Strofe 3
  1. ben
  2. niemand
  3. aan

7. (werk alleen) In eenzelfde zin kan het accent, afhankelijk van de context, op verschillende woorden vallen. Luister naar de zinnen. Onderstreep het woord waar het accent op valt.

    1
  1. Marie kan niet op mijn feestje komen – maar haar man Piet komt wel.
  2. Marie kan niet op mijn feestje komen – maar ze komt wel op jouw feestje.
  3. Marie kan niet op mijn feestje komen – maar ze komt zondag koffiedrinken.
    2
  1. Haar vriend is gisteren met het vliegtuig gekomen – niet met de auto.
  2. Haar vriend is gisteren met het vliegtuig gekomen – maar mijn vriend komt niet.
  3. Haar vriend is gisteren met het vliegtuig gekomen – want hij moest vandaag werken.
    3
  1. De garage heeft mijn auto gerepareerd – dat heb ik niet zelf gedaan.
  2. De garage heeft mijn auto gerepareerd – maar mijn fiets heb ik zelf gemaakt.
  3. De garage heeft mijn auto gerepareerd – maar de auto van mijn vrouw was nog niet klaar.

8. (werk samen) Stel elkaar de volgende vragen (leg het accent op het onderstreepte woord). De ander geeft een antwoord dat logisch in de context past.

  1. Komt Marie ook op jouw feestje?
  2. Komt Marie ook op jouw feestje?
  3. Komt Marie ook op jouw feestje?
  4. Heeft de garage je auto gerepareerd?
  5. Heeft de garage je fiets gerepareerd?
  6. Heeft de fietsenmaker jouw fiets al gerepareerd?
  7. Heb je dit boek van Mulisch al gelezen?
  8. Ben je je boek vergeten?
  9. Heb je het boek van Mulisch al gelezen?

     ♦ EXPRESSIE

9. (werk alleen) Maak van elke strofe een zin door de woorden achter elkaar te schrijven.

10. (werk alleen) Maak dan zelf drie zinnen die zo beginnen:

  1. Ik wil alleen maar __________ __________ __________ .
    (ten minste 3 woorden toevoegen)

  2. __________ __________ __________ __________ heb ik niet.
    (ten minste 4 woorden toevoegen)

  3. Maar __________ __________ __________ __________ __________.
    (ten minste 5 woorden toevoegen)

Bijvoorbeeld:

  1. Ik wil alleen maar lezen in mijn boek.
  2. Andere wensen om te doen heb ik niet.
  3. Maar dan zou het leven wel saai zijn.

11. (werk alleen) Probeer daarna de zinnen te verdelen in stukjes, net zoals Jan Arends heeft gedaan. Welk gedicht vind je mooier, dat met drie zinnen of dat met drie strofen? Kies welke variant je wil voorlezen aan de groep.

     ♦ PRESENTATIE

12. Lees je eigen gedicht voor. Let goed op prosodie! De anderen moeten zeggen welke variant ze horen: het gedicht van drie zinnen, of het gedicht van drie strofen.