Direct naar menu
start » wereldwijd » taaluniecentrum

De Leeswijzer

Boekverslag Een zuil van zout


door Kristien Hemmerechts

Deze roman gaat over Anna, een jonge Vlaamse vrouw die geschiedenis studeert in Amsterdam. Zij wordt zwanger van een Amerikaanse toerist en besluit terug te gaan naar het huis van haar ouders in België. Haar moeder is al langer dood, haar vader is pas overleden. Terwijl haar zwangerschap vordert, probeert Anna orde te scheppen in de krantenknipsels die haar vader massaal verzamelde en die achtergebleven zijn in het huis. Ook bezoekt ze haar demente grootmoeder in het rusthuis. Hoewel verschillende personen Anna uit haar isolement proberen te halen, zoals Anna’s broer en diens vrouw die met hun kinderen in hetzelfde dorp wonen, en vrienden uit Amsterdam die komen logeren, trekt zij zich steeds meer terug, totdat haar dochtertje dood geboren wordt.

Criterium
      + Deelaspect
makkelijker moeilijker
lay-out/visuele steun
hoofdstukken/ titels/ witregelsaanwezig afwezig
illustraties aanwezig afwezig
interpunctie aanwezig afwezig
lengte
van de tekst korter langer
van tekstdelen korter langer
van zinnen korter langer
taalgebruik
woordenschat frequent/bekend niet-frequent/ onbekend
taalvariatie standaardtaal register/ stijlvariatie
formulering weinig idioom, letterlijk/concreet veel idioom, figuurlijk/abstract
grammatica ongemarkeerd, eenvoudig gemarkeerd, complex
textcomplexiteit
verhaallijnen één twee of meer
betekenislagen één twee of meer
scheiding fantasie/werkelijkheidduidelijk of niet van toepassingonduidelijk
thematiek/onderwerp
aansluiting bij leefwereld/leeservaring van de lezeraansluitendminder/niet aansluitend
niveau van abstractie bij de presentatielaag hoog
vertelperspectief auctoriaal, neutraal, personaal, ik-/jijperspectiefwisselend, monologue interieur
personages
aantal weinig veel
uitwerking karakters stereotype, weinig diepgangcomplexe karakters, meer diepgang
verandering onderlinge verhoudingenweinig, niet ingrijpendveel, ingrijpend
identificatiemogelijkheden veel weinig
plaats
geografisch bekend onbekend
sociaal/ cultureel bekend onbekend
tijd
tijdverloop chronologisch, zonder tijdsprongenniet-chronologisch, met tijdsprongen/flashbacks
open plekken/open einde afwezig aanwezig
historische plaatsing bekend of niet van toepassingonbekend
nadruk bij spanningsopbouw gebeurtenissen gedachten/beschrijvingen
Aantal kolommen17 13
Percentage57% 42%

Lay-out/Visuele steun
De roman is verdeeld in vijf hoofdstukken die genummerd zijn, maar geen titels hebben. Voor elk nieuw hoofdstuk is een bladzijde leeg gelaten. Tekstdelen binnen de hoofdstukken (waartussen sprake is van een tijdsprong) worden gescheiden door een witregel. Er zijn geen illustraties en geen bijzonderheden wat betreft de interpunctie.

Lengte
De roman telt 167 tamelijk kleine pagina’s, met een normale lettergrootte en een ruime bladspiegel. De hoofdstukken beslaan elk tussen de 20 en 40 bladzijden. Ieder hoofdstuk is verder verdeeld in twee á drie tekstdelen van min of meer gelijke lengte. De zinnen zijn over het algemeen niet lang, maar bevatten wel regelmatig bijzinnen. Er zijn ook zinnen met opsommingen van verschillende nevenschikkingen, soms met bijzinnen en samentrekkingen, zoals bijvoorbeeld:

‘We barbecuen in de tuin en wanneer Eva de kinderen in bed gaat stoppen, loop ik mee naar binnen en bekijk de film voor een derde en vierde keer.’

Taalgebruik
Het taalgebruik is betrekkelijk eenvoudig: er zijn niet veel niet-frequente woorden, behalve op een plek waar de hoofdpersoon in een boek over zwangerschap leest, en er woorden als ontsluiting en beendergestel voorkomen. Het boek is vrijwel geheel in standaard Nederlands geschreven. Een enkele keer wordt een typisch Vlaams woord gebruikt, zoals vooraleer in plaats van voordat. Bovendien spreken Anna en de verpleegster in het rusthuis enkele malen in de Vlaamse taalvariant tegen de grootmoeder: ‘Gij zijt schoon als ge glimlacht’. Het gebruik van de grammatica is ongemarkeerd en niet bijzonder ingewikkeld. Aan het einde van het verhaal, waar Anna na de bevalling het bewustzijn verliest en later weer bij komt, komen wel onvolledige zinnen voor: ‘Iemand moet het doen ophouden. De baby mag niet vallen. Iemand moet.’ En later: ‘Gekneusd. Geradbraakt. Iemand bet mijn ogen. Trekt mijn oogleden van elkaar. Een stem. Contouren.’ Hier wordt ook overdrachtelijke taal gebruikt: ‘Ik zit in een groot zwart gat.’ In het algemeen komen er slechts af en toe idiomatische uitdrukkingen voor zoals ‘op alle slakken zout leggen’.

Tekstcomplexiteit
Er is één verhaallijn. Behalve de betekenislaag van de concrete gebeurtenissen in het verhaal, is er een dieper betekenisniveau waarop de thematiek van het boek wordt uitgedrukt. Het verhaal is realistisch en een scheiding tussen fantasie en werkelijkheid is dus niet van toepassing.

Thematiek/Onderwerp
De thema’s zijn universeel: het verhaal gaat over leven en dood: letterlijk over geboorte en overlijden, over relaties met familie en vrienden, en over het terugkijken in het verleden of vooruitkijken naar de toekomst, over conservatisme en vooruitstrevendheid. De thema’s worden op verschillende niveaus van abstractie uitgedrukt. De zwangerschap en het overlijden van Anna’s baby zijn zeer concrete voorbeelden. De titel is veel minder direct. In de flaptekst wordt deze verklaard: het is een verwijzing naar het Bijbelverhaal waarin de vrouw van Lot bij het verlaten van Sodom, achterom (naar het verleden) kijkt en verandert in een zoutpilaar. De zoutpilaar staat voor Anna’s isolement (Van Dalen-Oskam & Mooijaart 2000).

Vertelperspectief
Het boek heeft ik-perspectief. Het verhaal wordt verteld door Anna, wier gedachten en waarnemingen worden weergegeven.

Personages
Er is een tamelijk groot aantal personages in dit boek. Anna, met haar ongeboren kind, is de hoofdpersoon. Verder zijn belangrijk: haar broer Bruno, zijn vrouw Eva, Anna’s grootmoeder en Suzanne, Anna’s Amsterdamse huisgenote en vriendin. Hun karakters worden duidelijk en tamelijk eenzijdig getypeerd: ze zijn meer prototypes van bepaalde tegenstellingen binnen het thema. Minder belangrijke figuren zijn de kinderen van Bruno en Eva, Leo (een Amsterdamse vriend) en Stan (de vader van het kind). In Anna’s herinnering spelen verder nog een rol: haar grootvader, haar ouders en haar jeugdvriendin Marjan. Centraal in het boek staat de verandering van de verhouding tussen Anna en de andere personages: Anna sluit zich allengs meer voor iedereen af. De identificatiemogelijkheden zullen verschillen per lezer. Het geslacht kan een relatief grote rol spelen: de meeste vrouwen kunnen zich uiteraard meer voorstellen bij zwangerschap dan mannen.

Plaats
Het verhaal speelt zich deels af in Grimbergen, een dorpje vlakbij Brussel, deels in Amsterdam en deels tussen beide plaatsen in: in Brussel en in de trein tussen Brussel en Amsterdam. Onbekendheid met deze plaatsen kan het verhaal moeilijker te begrijpen maken, vooral omdat het contrast tussen het dynamische Amsterdamse leven en het tragere dorpse leven in Grimbergen de thematiek ondersteunt. Aan de andere kant biedt de plaatsing ook veel mogelijkheden voor het bespreken van culturele onderwerpen.

Tijd
Het verhaal wordt vrijwel chronologisch verteld. Soms zijn er kleine sprongetjes vooruit in de tijd, maar die worden duidelijk aangegeven, zowel formeel met een witregel als wat betreft de formulering (Bijvoorbeeld ‘De volgende ochtend…’). Er zijn verder enkele flashbacks en herinneringen, die ook duidelijk gemarkeerd worden met een overgang van de tegenwoordige naar de verleden tijd. Er zijn geen open plekken en ook het einde van het verhaal is grotendeels expliciet en ondubbelzinnig. Sommige, meestal minder belangrijke informatie moet wel langs indirecte weg achterhaald worden (bijvoorbeeld het feit dat Anna geschiedenis studeert blijkt uit het lezen van een boek over de methodologie van historisch onderzoek). Het verhaal speelt in de moderne tijd, waarschijnlijk ongeveer begin jaren ’80. Dit valt bijvoorbeeld op te maken uit het feit dat Bruno nog met een typemachine werkt, terwijl in Amsterdam volgens Anna tekstverwerkers gebruikt worden.

Nadruk bij spanningsopbouw
In het begin van het boek zijn vooral de gebeurtenissen belangrijk voor het verloop van het verhaal (het overlijden van Anna’s vader, de ontmoeting met Stan), maar als Anna in het huis van haar ouders woont, worden de gebeurtenissen van steeds minder belang en verschuift het accent naar de ervaringen van Anna. Haar passiviteit staat later duidelijk in contrast met de daadkracht van Suzanne, die komt logeren.

Conclusie
Een zuil van zout van Kristien Hemmerechts is geschikt voor anderstalige volwassen lezers die Nederlands als vreemde taal leren. Omdat we te maken hebben met een roman, een langere en complexere tekst, vraagt dit boek wel een hoger niveau (ongeveer B2/C1) dan het lezen van de korte verhalen. Voor een roman is het echter geen lange tekst. Bovendien is het boek overzichtelijk ingedeeld en eenvoudig geschreven. Er zijn weliswaar veel personages, maar deze hebben duidelijk getekende karakters. De serieuze thematiek zal daardoor voor de meeste lezers ook niet moeilijk te bevatten zijn. Tenslotte maken de tijd en plaats waar het verhaal zich afspeelt het zeer geschikt voor het uitbreiden van de culturele kennis van studenten Nederlands in het buitenland.

Leercriterium
Deze roman is zeer goed te gebruiken als vertrekpunt voor vele aspecten van kennis van land en volk. Er wordt in het boek gesproken over bezienswaardigheden in Brussel (Manneken Pis, het Atomium), Antwerpen (de Zoo) en Amsterdam (het Vondelpark, Anne Frank en het Van Gogh museum) en bijvoorbeeld zulke meer en minder typisch Hollandse dingen als de Elfstedentocht, het paasontbijt en eten bij de Chinees. Een ander mogelijk onderwerp is het verschil tussen de het leven in de stad (studenten, toeristen, de lesbische geaardheid van Suzanne) en op het platteland (het gezinsleven van Bruno, het leven op de boerderij van Anna’s grootouders). Ook zijn er verwijzingen naar het christendom (de rouwdienst voor Anna’s vader). De verwijzing in de titel naar het bijbelverhaal kan bijvoorbeeld een aanleiding zijn om uitdrukkingen als ‘Sodom en Gomorra’ of ‘sodemieteren’ te bespreken (zie Van Dalen-Oskam & Mooijaart 2000).

Leercriterium Formeel nee
Inhoudelijk/cultureel ja