Direct naar menu
start » wereldwijd » taaluniecentrum

De Leeswijzer

Boekverslag Verhalen van Fita


door Myra Römer

In dit boek worden verhalen verteld over het leven op het eiland Curaçao. De meeste verhalen spelen in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw. Het meisje Fita is degene door wiens ogen de lezer de meeste verhalen gepresenteerd krijgt.

Criterium
      + Deelaspect
makkelijker moeilijker
lay-out/visuele steun
hoofdstukken/ titels/ witregelsaanwezig afwezig
illustraties aanwezig afwezig
interpunctie aanwezig afwezig
lengte
van de tekst korter langer
van tekstdelen korter langer
van zinnen korter langer
taalgebruik
woordenschat frequent/bekend niet-frequent/ onbekend
taalvariatie standaardtaal register/ stijlvariatie
formulering weinig idioom, letterlijk/concreet veel idioom, figuurlijk/abstract
grammatica ongemarkeerd, eenvoudig gemarkeerd, complex
textcomplexiteit
verhaallijnen één twee of meer
betekenislagen één twee of meer
scheiding fantasie/werkelijkheidduidelijk of niet van toepassingonduidelijk
thematiek/onderwerp
aansluiting bij leefwereld/leeservaring van de lezeraansluitendminder/niet aansluitend
niveau van abstractie bij de presentatielaag hoog
vertelperspectief auctoriaal, neutraal, personaal, ik-/jijperspectiefwisselend, monologue interieur
personages
aantal weinig veel
uitwerking karakters stereotype, weinig diepgangcomplexe karakters, meer diepgang
verandering onderlinge verhoudingenweinig, niet ingrijpendveel, ingrijpend
identificatiemogelijkheden veel weinig
plaats
geografisch bekend onbekend
sociaal/ cultureel bekend onbekend
tijd
tijdverloop chronologisch, zonder tijdsprongenniet-chronologisch, met tijdsprongen/flashbacks
open plekken/open einde afwezig aanwezig
historische plaatsing bekend of niet van toepassingonbekend
nadruk bij spanningsopbouw gebeurtenissen gedachten/beschrijvingen
Aantal kolommen20 8
Percentage71% 29%

Lay-out/Visuele steun
Het boek bevat 23 verschillende verhalen met elk een titel. Binnen de verhalen worden sommige passages met witregels gescheiden. De interpunctie is normaal.

Lengte
Het boek heeft 250 pagina’s. De verhalen verschillen in lengte: het kortste telt vijf pagina’s, het langste achttien, maar veruit de meest verhalen tellen zo’n tien pagina’s. De alinea’s en de zinnen zijn over het algemeen aan de korte kant.

Taalgebruik
Het taalgebruik is over het algemeen vrij eenvoudig. De gebruikte taal is standaardtaal met slechts enkele Antilliaanse woorden, waarvan achter in het boek een woordenlijst met vertaling in het Nederlands is opgenomen. Wel komen zo nu en dan minder frequente woorden voor als ‘slinks’ p.7, ‘betweterig’ p.35, ‘kwispedoor’ p.37, ‘knevel’ p.67, ‘onverhoeds’ p.126 of ‘bedillerig’ p.152. Opvallend is ook het gebruik van woorden die voorwerpen of gebruiken uit de katholieke kerk aanduiden, bijvoorbeeld ‘weesgegroetjes’ p.11, ‘eerstecommunie’ p.67, ‘missaal’ p.106 en ‘wijwatervat’ p.198. Zeldzamer is het gebruik of het citeren van Engelse of Franse woorden, zoals ‘ijsjug’ p.61, ‘fan’ o.a. p.82, en ‘La vie est une belle chose, qui sourit à ce qui l’aime’ p.112. Idioom en uitdrukkingen komen ook niet zelden voor, bijvoorbeeld ‘iemand om de tuin leiden’ p.7, ‘zijn eigen glazen ingooien’ p.56, ‘tot de verbeelding spreken’ p.69 of ‘de tijd rijp achten’ p.203. Het taalgebruik is soms eufemistisch, maar nooit echt abstract.

Tekstcomplexiteit
De verhalen gaan alle over het dagelijks leven op Curaçao. Er wordt niet één doorlopend verhaal verteld, dus eigenlijk bevat het boek 23 korte verhaallijnen, waarvan de meeste overigens wel deel uitmaken van het leven van Fita. Er is geen diepere betekenis met de verhalen verbonden, maar soms worden zaken wel eufemistisch voorgesteld. De scheiding tussen fantasie en werkelijkheid speelt niet zo’n grote rol omdat het voornamelijk gebeurtenissen zijn die worden weergegeven, maar als er een scheiding is, is deze steeds duidelijk.

Thematiek/Onderwerp
Het thema van de verhalen is het gezinsleven op Curaçao. Veel zaken zijn herkenbaar voor iedereen, zoals de relatie tussen kinderen en hun ouders of broers en zussen en hoe deze verandert in de loop van de tijd. Een aantal zaken is meer specifiek voor Curaçao, zoals de zeer uitgebreide families, het verschil tussen blanken en zwarten en het feit dat mannen min of meer geaccepteerd meerdere vrouwen kunnen hebben (baisaits).

Vertelperspectief
In de eerste zeventien verhalen ligt het perspectief bij Fita, een meisje dat opgroeit in een redelijk harmonieus gezin. In de eerste vijftien verhalen is Fita nog jong, kind en puber, daarna volgt een verhaal waarin zij een stuk ouder is en tenslotte een verhaal waarin zij de leeftijd van ongeveer 60 jaar heeft bereikt. Het ligt voor de hand hier een autobiografische achtergrond te veronderstellen, aangezien de auteur op Curaçao geboren werd, maar het eiland op achttienjarige leeftijd verliet. In de resterende zes verhalen wordt het perspectief van Fita - vreemd genoeg - niet gehandhaafd. Er treden allerlei verschillende personages op, die voor het grootste deel ook niet eerder genoemd zijn. Het perspectief is in het hele boek personaal.

Personages
Er worden in totaal erg veel personages opgevoerd. Sommige keren in verschillende verhalen terug, maar andere worden slechts eenmaal genoemd. De belangrijkste personages zijn het meisje Fita, haar zus Beatriz, haar blanke vader en haar halfbloed moeder. De overige personages zijn meestal familie (ooms, tantes, neven, nichten), soms buren, vrienden of kennissen. Doordat veel personages maar in één verhaal voorkomen blijven het niet meer dan stereotiepen. De lezer maakt in de eerste verhalen de overgang van Fita’s kinderjaren naar de puberteit mee, maar ook haar karakter verandert niet sterk. De verhoudingen tussen de personages wijzigen ook niet opvallend.

Plaats
In het verhaal worden enkele plaats- en straatnamen genoemd van locaties op Curaçao. Alle verhalen spelen zich op het eiland af, hoewel er wel wordt verwezen naar mensen die het eiland hebben verlaten om in bijvoorbeeld Venezuela of Colombia te studeren. De relatie met Nederland treedt niet sterk op de voorgrond. In de verhalen komen mensen uit verschillende sociale lagen van de bevolking voor. Meestal wordt gesuggereerd dat verschillen in rijkdom samenhangen met huidskleur: de blanken zijn welgestelder dan de kleurlingen. Het gezin van Fita behoort niet tot de armste. In de loop van de verhalen blijkt dat Fita’s vader een blanke boekhouder is en dat zij een redelijk groot en luxe huis bewonen.

Tijd
Het is niet duidelijk aan te geven hoeveel tijd er verstrijkt, omdat er sprake is van losse verhalen. Van de eerste vijftien verhalen kan gezegd worden dat ze plaatshebben in een periode van ongeveer 15 jaar: Fita’s jeugd. Of de verhalen chronologisch geordend zijn is moeilijk te bepalen, maar dit is ook niet zo relevant. Voor bijna alle verhalen geldt dat naar aanleiding van een situatie die in het begin geschetst wordt herinneringen worden opgehaald aan bepaalde personen of gebeurtenissen. Er treden dus flashbacks op, maar deze zijn duidelijk herkenbaar aan overgangen als ‘Ik had dat mens niet anders gekend dan in haar schommelstoel’ p.99 of aan het gebruik van de voltooid verleden tijd zoals in ‘Op de eerste dag van de grote vakantie was ik Angelita in de leeszaal tegengekomen’ p.164.
De verhalen spelen in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw, zo meldt het boekomslag. Er zijn in het boek alleen indirecte aanwijzingen hiervoor te vinden, zoals namen van artiesten als Humphrey Bogart en Shirley Temple, het tijdschrift Tuney Tunes dat in die jaren erg populair was en verwijzingen naar prinses Marijke (die in 1963 haar naam veranderde in Christina) en de watersnoodramp in Zeeland van 1953.
In bijna alle verhalen wordt in de laatste zinnen een gebeurtenis gepresenteerd die de opgebouwde spanningsboog afsluit. In sommige gevallen, vooral in de eerste verhalen waarin Fita nog erg jong is, wordt het niet helemaal duidelijk wat er precies gebeurt omdat de volwassenen eufemismen gebruiken. In deze gevallen is er dus sprake van een min of meer open einde. De meeste verhalen echter hebben een duidelijke afsluiting.

Nadruk bij spanningsopbouw
De spanningsopbouw ligt bij de gebeurtenissen. De gedachten van de personages komen - met uitzondering van die van Fita - nauwelijks aan bod.

Conclusie
De thematiek en de verhaallijnen in dit boek zijn niet ingewikkeld en bovendien voor veel mensen herkenbaar omdat het familieleven zo’n grote rol speelt. Ook het taalgebruik is relatief eenvoudig. Wat dat betreft is het boek ook geschikt voor halfgevorderde studenten. Het enige grote probleem vormt de lengte van het boek (250 pagina’s) en de minder frequente woorden. Hoewel het minder voldoening geeft een boek niet helemaal te lezen, zou een lezer in dit geval vanwege de structuur met losse verhalen kunnen overwegen een selectie van de verhalen te maken. Een logisch einde zou het verhaal Trapsteeg kunnen zijn, het laatste waarin Fita voorkomt. De lengte wordt dan beperkt tot 196 pagina’s. De hierop volgende laatste zes verhalen geven ook een interessant beeld van de cultuur op Curaçao, maar de perspectiefwisselingen kunnen verwarrend zijn en zorgen ervoor dat een lezer zich moeilijker kan inleven. Om de verhalen in een vlot tempo te kunnen lezen, is waarschijnlijk niveau B2 nodig. Een lezer op niveau B1 kan met een woordenboek voor idioom en uitdrukkingen vermoedelijk ook plezier beleven aan (delen van) dit boek.

Leercriterium
Vanuit formeel oogpunt bevat dit verhaal geen opvallende zaken waaraan in de les aandacht kan worden besteed. Het aantal woorden uit het Antilliaans dat wordt gebruikt is beperkt.
Inhoudelijk is het natuurlijk interessant om de cultuur van de Nederlandse Antillen te bespreken en de verschillen tussen deze levenswijze en die in België en Nederland of het eigen land.

Leercriterium Formeel nee
Inhoudelijk/cultureel ja