Direct naar menu
start » wereldwijd » taaluniecentrum

De Leeswijzer

Boekverslag Trassi Tantes


door Yvonne Keuls

In dit boekje worden portretten neergezet van enkele ‘Indische tantes’, vrouwen die uit Indië naar Nederland zijn gekomen en veelal in Den Haag leven. In het boekje komen zowel echte tantes als andere oudere vrouwen aan bod die de schrijfster met ‘tante’ aanspreekt.

Criterium
      + Deelaspect
makkelijker moeilijker
lay-out/visuele steun
hoofdstukken/ titels/ witregelsaanwezig afwezig
illustraties aanwezig afwezig
interpunctie aanwezig afwezig
lengte
van de tekst korter langer
van tekstdelen korter langer
van zinnen korter langer
taalgebruik
woordenschat frequent/bekend niet-frequent/ onbekend
taalvariatie standaardtaal register/ stijlvariatie
formulering weinig idioom, letterlijk/concreet veel idioom, figuurlijk/abstract
grammatica ongemarkeerd, eenvoudig gemarkeerd, complex
textcomplexiteit
verhaallijnen één twee of meer
betekenislagen één twee of meer
scheiding fantasie/werkelijkheidduidelijk of niet van toepassingonduidelijk
thematiek/onderwerp
aansluiting bij leefwereld/leeservaring van de lezeraansluitendminder/niet aansluitend
niveau van abstractie bij de presentatielaag hoog
vertelperspectief auctoriaal, neutraal, personaal, ik-/jijperspectiefwisselend, monologue interieur
personages
aantal weinig veel
uitwerking karakters stereotype, weinig diepgangcomplexe karakters, meer diepgang
verandering onderlinge verhoudingenweinig, niet ingrijpendveel, ingrijpend
identificatiemogelijkheden veel weinig
plaats
geografisch bekend onbekend
sociaal/ cultureel bekend onbekend
tijd
tijdverloop chronologisch, zonder tijdsprongenniet-chronologisch, met tijdsprongen/flashbacks
open plekken/open einde afwezig aanwezig
historische plaatsing bekend of niet van toepassingonbekend
nadruk bij spanningsopbouw gebeurtenissen gedachten/beschrijvingen
Aantal kolommen19 8
Percentage70% 30%

Lay-out/Visuele steun
Het boekje bestaat uit dertien kleine hoofdstukken met elk een eigen titel. Alleen in de laatst twee hoofdstukken, die wat langer zijn, wordt ook gebruik gemaakt van witregels. De interpunctie is normaal.

Lengte
De novelle bestaat uit 52 kleine bladzijdes met een ruime bladspiegel en een groot lettertype. Het boekje bevat in totaal 9.678 woorden, waarvan 2.396 verschillende. De hoofdstukken zijn drie tot elf pagina’s lang. De alinea’s zijn soms vrij lang: vijftien à twintig regels. De lengte van de zinnen is niet opvallend kort of lang.

Taalgebruik
De gebruikte taal is standaardtaal. Het taalgebruik is niet zo eenvoudig. Dit komt voornamelijk door het grote gebruik van weinig frequente woorden (bijvoorbeeld: ‘hemeltergend’ p.7, ‘bedisselen’ p.14, ‘sloven’ p.33 en ‘genoeglijk’ p.53) en idioom en andere vaste uitdrukkingen (bijvoorbeeld: ‘in de smiezen hebben’ p.8, ‘een poot uitdraaien’ p.12, ‘op de valreep’ p.14, ‘vat hebben op’ p.49).
Wat verder opvalt in dit boekje is het taalgebruik dat met Indonesië te maken heeft. Er vallen nogal wat Indische termen, meestal in relatie tot voedsel (zoals ‘boemboes’ p.7), maar ook algemenere begrippen (bijvoorbeeld ‘KNIL’ p.13, ‘Pasar Malam’ p.16). Deze worden niet altijd uitgelegd en er is ook geen woordenlijst in het boekje opgenomen. Ook een typisch Nederlandse gebruik, Prinsjesdag met de rondrit van de koningin in de gouden koets, wordt niet toegelicht.
De Indische dames hebben in de directe rede een eigen register met aparte woorden (zoals ‘gemakschoenzaak’ p.58), bijzondere constructies (bijvoorbeeld ‘help te halen’ p.17) of weglatingen van voornaamwoorden (bijvoorbeeld ‘En weet je waarom hij niet gedaan heeft?’ p.43), die te verklaren zijn vanuit het Indonesisch.

Tekstcomplexiteit
Het boekje bestaat uit losse anekdotes over de verschillende Indische dames. Deze zijn echter te kort om van verhaallijnen te kunnen spreken. Het verband tussen de verhalen is de verteller: de schrijfster heeft verhalen opgetekend van verschillende Indische dames die zij zelf kent, voor een deel familieleden. Eén van de hoofdstukken (Philomeen) gaat over Suriname.
Er is maar één betekenislaag en de scheiding tussen fantasie en werkelijkheid heeft slechts een bescheiden rol in dit boekje en is steeds duidelijk.

Thematiek/Onderwerp
Het hoofdthema in dit boek is de ‘subcultuur’ van Indische dames in Den Haag, die de schrijfster uit eigen ervaring kent. Het gaat om dames van een wat oudere generatie die hun eigen manier van leven hebben. Hoewel de precieze invulling hiervan natuurlijk specifiek is voor de situatie in Den Haag, zal het thema van oudere dames met hun eigenaardigheden iedereen bekend voorkomen.

Vertelperspectief
Het verhaal wordt verteld vanuit het ik-perspectief. De anekdotes lijken alle autobiografisch en zijn met liefde opgetekend. De schrijfster vertelt over haar moeder, tantes en andere personen.

Personages
Er treden veel personages op in dit boek. De meeste zijn familieleden van de schrijfster en worden ook zo gepresenteerd (tante, neef, kleindochter) zodat de lezer steeds weet in welke relatie ze tot de ik-persoon staan. Door de beperkte lengte van het boek blijven alle karakters stereotiepen. Ook de verhouding tussen de personages verandert niet. De familiekring zal voor de meeste lezers erg herkenbaar zijn.

Plaats
Alle anekdotes spelen in het Indische milieu in Den Haag. De Indische achtergrond blijkt steeds uit de onderwerpen en/of het taalgebruik en er worden regelmatig straatnamen of plaatsen in Den Haag genoemd.

Tijd
Door de episodische structuur is het niet duidelijk hoeveel tijd er verstrijkt tussen de verhalen, maar dit is ook niet van belang. Wel is duidelijk dat de verhalen in verschillende periodes spelen: in het eerste verhaal spreekt Yvonne Keuls over haar kleindochters, terwijl in het laatste verhaal haar aankomst in Nederland als klein meisje wordt beschreven. Er zijn dus wel steeds sprongen in de tijd tussen de verhalen en soms ook binnen de verhalen.
Er zijn in het boek enkele verwijzingen naar historische gebeurtenissen: de vrijheidsstrijd voor Ambon, de kennismaking en het huwelijk tussen de schrijfster en haar man Rob Keuls in respectievelijk 1952 en 1954 en in het hoofdstuk Philomeen de affaire rond de van oorsprong Surinaamse staatssecretaris Philomena Bijlhout. [Zij werd in 2002 de kortstzittende staatssecretaris uit de Nederlandse geschiedenis - al na enkele uren trad ze af - omdat ze onjuiste informatie had gegeven over deelname aan de Surinaamse militie ten tijde van de Decembermoorden in 1982.]

Nadruk bij spanningsopbouw
In het boek als geheel is geen sprake van spanningopbouw. Binnen de verhalen gebeurt dit soms wel: de nadruk ligt dan steeds bij de gebeurtenissen.

Conclusie
Trassi Tantes is in vergelijking met andere romans erg kort. De verhalen die verteld worden vinden plaats in de familiekring en zijn op dat punt voor veel lezers herkenbaar. De specifieke situatie van de Indische dames in Den Haag geeft daarnaast een beeld van (inter)culturaliteit in Nederland. Dit zijn allemaal voordelen voor anderstalige studenten.
Wat dit boekje toch vrij lastig maakt is het taalgebruik. Om de verhalen en de humor waarmee ze soms verteld worden goed te begrijpen moet de lezer aardig wat uitdrukkingen en minder frequente woorden kennen. Met een woordenlijst is dit boekje waarschijnlijk geschikt voor lezers vanaf niveau B1.

Leercriterium
Op formeel vlak zou aandacht besteed kunnen worden aan de uitdrukkingen en de minder frequente woorden die in dit boekje voorkomen. Het is echter maar de vraag hoe vaak studenten in andere teksten juist met deze woorden te maken krijgen.
Inhoudelijk biedt Trassi Tantes vele aanknopingspunten om over de Nederlandse cultuur, bezien door de ogen van ‘nieuwkomers’, te spreken. Het boekje kan goed gebruikt worden bij het onderwerp interculturaliteit.

Leercriterium Formeel nee
Inhoudelijk/cultureel ja