Direct naar menu
start » wereldwijd » taaluniecentrum

De Leeswijzer

Boekverslag Tralievader


door Carl Friedman

Deze novelle beschrijft het dagelijks leven van een gezin met drie opgroeiende kinderen na de Tweede Wereldoorlog. De vader heeft in een concentratiekamp gezeten en kan niet anders dan erover blijven praten. Het hele leven van het gezin wordt bepaald door zijn kampverleden.

Criterium
      + Deelaspect
makkelijker moeilijker
lay-out/visuele steun
hoofdstukken/ titels/ witregelsaanwezig afwezig
illustraties aanwezig afwezig
interpunctie aanwezig afwezig
lengte
van de tekst korter langer
van tekstdelen korter langer
van zinnen korter langer
taalgebruik
woordenschat frequent/bekend niet-frequent/ onbekend
taalvariatie standaardtaal register/ stijlvariatie
formulering weinig idioom, letterlijk/concreet veel idioom, figuurlijk/abstract
grammatica ongemarkeerd, eenvoudig gemarkeerd, complex
textcomplexiteit
verhaallijnen één twee of meer
betekenislagen één twee of meer
scheiding fantasie/werkelijkheidduidelijk of niet van toepassingonduidelijk
thematiek/onderwerp
aansluiting bij leefwereld/leeservaring van de lezeraansluitendminder/niet aansluitend
niveau van abstractie bij de presentatielaag hoog
vertelperspectief auctoriaal, neutraal, personaal, ik-/jijperspectiefwisselend, monologue interieur
personages
aantal weinig veel
uitwerking karakters stereotype, weinig diepgangcomplexe karakters, meer diepgang
verandering onderlinge verhoudingenweinig, niet ingrijpendveel, ingrijpend
identificatiemogelijkheden veel weinig
plaats
geografisch bekend onbekend
sociaal/ cultureel bekend onbekend
tijd
tijdverloop chronologisch, zonder tijdsprongenniet-chronologisch, met tijdsprongen/flashbacks
open plekken/open einde afwezig aanwezig
historische plaatsing bekend of niet van toepassingonbekend
nadruk bij spanningsopbouw gebeurtenissen gedachten/beschrijvingen
Aantal kolommen17 9
Percentage65% 35%

Lay-out/Visuele steun
De novelle is ingedeeld in veertig korte hoofdstukjes, elk met een titel. Het boek bevat geen illustraties en de interpunctie is normaal.

Lengte
De novelle bestaat uit 114 bladzijdes met een ruime bladspiegel en een groot lettertype en ongeveer 18.000 woorden. De hoofdstukken zijn erg kort, meestal maar twee pagina’s. Ook de alinea’s tellen doorgaans maximaal tien regels. De gebruikte zinnen zijn ook niet opvallend lang, alleen de vader gebruikt soms langere zinnen, maar die zijn met behulp van de interpunctie erg goed te begrijpen.

Taalgebruik
De gebruikte taal is standaardtaal. De novelle bevat niet zoveel weinig frequente woorden: bijna alle woorden en begrippen die voor talenstudenten misschien minder bekend zijn, hebben te maken met de Tweede Wereldoorlog en de situatie in de Duitse concentratiekampen, bijvoorbeeld ‘kamp’ p.1, ‘SS’er’ p.14, ‘Rode Leger’ p.20, ‘vergassen’ p.20, ‘onderduiken’ p.53, ‘organiseren’ p.91. Daarnaast komen er redelijk veel Duitse woorden en korte zinnetjes voor (‘Mach’ schnell!’ p.13, ‘Reichseigentum’ p.16, ‘Zählappell’p.36, ‘Revier’ p.67 ‘Lebensraum’ p.82), steeds in cursief dus gemakkelijk te herkennen. In het éénnalaatste hoofdstuk staan daarnaast enkele Engelse en Franse woorden, eveneens in cursief. De novelle bevat geen metaforisch taalgebruik, wel enkele uitdrukkingen en vormen van idioom (bijvoorbeeld ‘op krachten komen’ p.28, ‘met lood in de schoenen’ p.48, ‘ergens op af stevenen’ p.57, ‘hun kans schoon zien’ p.67, ‘in de pan hakken’ p.86). De sprookjes van Roodkapje, Doornroosje, Hans en Grietje en Klein Duimpje worden bekend verondersteld.

Tekstcomplexiteit
Je zou kunnen spreken van twee verhaallijnen in deze novelle: die van het leven in het gezin en die van de gebeurtenissen in de concentratiekampen die de vader des huizes telkens memoreert. Toch zijn beide geen echte verhaallijnen: de hoofdstukjes beschrijven episodes uit het leven van de familie en voornamelijk uit het kampleven van de vader des huizes en lijken grotendeels uitwisselbaar. De laatste hoofdstukken beschrijven weliswaar het einde van de oorlog, maar over het algemeen is de chronologie niet van belang. In wezen zijn het de vele korte verhalen die de vader vertelt die - met een cumulatieve werking - de sfeer van de oorlog schetsen waartegen het leven in het gezin zich afspeelt. Er is geen diepere betekenislaag. Een scheiding tussen fantasie en werkelijkheid is hier niet echt aan de orde: aangenomen mag worden dat de vader de kampgruwelen die hij beschrijft ook echt heeft meegemaakt, één uitzondering daargelaten (zijn sprekende onderbroek Heinrich in het hoofdstuk Unterhosen p.75-79).

Thematiek/Onderwerp
Het thema van dit boek is de worsteling van een man met zijn kampverleden waaronder ook zijn naaste omgeving te lijden heeft. De meeste lezers van nu zullen zich met moeite kunnen verplaatsen in de situatie van gevangenen in concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog en in die van het dagelijks leven in de jaren vijftig en zestig. Deze situaties worden met duidelijke, concrete bewoordingen aan de lezer gepresenteerd.

Vertelperspectief
Het verhaal wordt verteld vanuit het ik-perspectief, gezien door de ogen van de vrij jonge dochter des huizes, zoals blijkt uit enkele aanwijzingen (speelkameraadje Nellie, wil bij de kabouters (=scouting-afdeling voor meisjes)). Dit perspectief is constant. Over de ik-persoon zelf komen we niet veel meer te weten dan dat haar jeugd, net als die van haar broers, sterk bepaald wordt door de verhalen van haar vader. De focus is steeds gericht op de vader en zijn verhalen over de oorlog en het kamp.

Personages
Het belangrijkste personage is de vader des huizes, Jochel. Daarnaast komen zijn echtgenote, die pas in het laatste hoofdstuk bekend wordt onder haar naam Bette, de ik-figuur en haar twee broers, Max en Simon in de meeste hoofdstukken voor. In bijna alle hoofdstukken maken ook veel andere personages hun opwachting. In de meeste gevallen betreft het mensen die Jochel in de oorlog ontmoet heeft en die maar éénmaal worden genoemd. Enkele personages keren terug: Nellie, de vriendin van de ik-figuur, de juf van de ik-figuur en Willi Hammer, een Kapo in een van de kampen waar Jochel gevangen zat.
Er is niet echt een ontwikkeling in de karakters van de personages te ontdekken. Voor de vader blijft de oorlog in de gehele novelle onverminderd zijn stempel op het leven drukken. De kinderen van het gezin betrekken zijn verhalen op hun eigen leven, maar er zijn geen aanwijzingen dat de manier waarop dit gebeurt in de roman wezenlijk verandert (vgl. de wolf die ‘kamp’ heeft p.6 en Simon die stiekem tandpasta meeneemt voor als er onverwacht iets ernstigs gebeurt p.113).
Door de heel specifieke rol van de vader in dit gezin en het feit dat het karakter van de ik-figuur nauwelijks wordt uitgewerkt, is het vermoedelijk voor de meeste lezers erg moeilijk om zich met de personen uit deze novelle te identificeren.

Plaats
De gebeurtenissen spelen zich af in en rond het huis waar het gezin woont en in de kliniek waar Jochel een tijd verblijft om zijn oorlogstrauma te verwerken. Een precies jaartal wordt niet genoemd, maar enkele aanwijzingen duiden op de jaren vijftig en/of zestig (het proces tegen Adolf Eichmann uit 1962 (p.22-24), de juffrouw die niet over de oorlog wil spreken (p.85-87), tol en zweep als speelgoed (p.34 en p.97)). De oorlogsverhalen van Jochel spelen zich alle af in de laatste jaren van de oorlog (+/-1943-1945), soms noemt hij ook het jaartal.
Ook de geografische plaats is niet duidelijk. Het lijkt erop dat het gezin in Nederland of België leeft, maar concrete aanwijzingen daarvoor zijn er niet. Friedman zelf bracht haar jeugd door in Eindhoven en Antwerpen. Jochel vertelt dat hij voor de oorlog eens op vakantie was op Terschelling (p.35) en van zijn onderduikadres herinnert hij zich het Adelbert Kennis-monument dat in Deurne, Vlaanderen staat. De plaats waar hij in een concentratiekamp zat blijft eveneens in het ongewisse, wat direct op de eerste pagina van het boek duidelijk wordt gemaakt: voor Jochel zijn alle kampen eender.
Wat de positie van het gezin in de samenleving is, wordt niet duidelijk. Er wordt niet over werk gesproken en ook nauwelijks over contacten met vrienden of familie. Het enige aspect dat duidelijk naar voren komt, is dat het gezin niet naar de kerk gaat, in tegenstelling tot de familie van Nellie die Rooms-katholiek is.

Tijd
Vanwege het episodische karakter van de hoofdstukken, is het moeilijk te bepalen hoeveel tijd er verstrijkt in deze novelle. De kinderen lijken niet ouder te worden. Er zijn natuurlijk voortdurend tijdssprongen tussen de tijd waarin het gezin leeft en de periode van Jochel in het concentratiekamp, maar het is onduidelijk of er flash-backs of vooruitwijzingen in één van beide situaties optreden.

Nadruk bij spanningsopbouw
De nadruk voor de spanningsopbouw ligt bij de gebeurtenissen. De gebeurtenissen uit de oorlog zijn voor de kinderen uit het gezin vaak aanleiding om zich op een bepaalde manier te gedragen.

Conclusie
In vergelijking met andere romans is de tekst redelijk kort en door de korte hoofdstukjes is deze ook goed te behappen voor een beginnende taalstudent. De thematiek van de Tweede Wereldoorlog en de beperkte identificatiemogelijkheden kunnen voor sommige lezers lastig zijn, maar daar staat tegenover dat het taalgebruik tamelijk eenvoudig is, met uitzondering van de Duitse termen die met de oorlog verband houden. Met een korte inleiding op het thema van de Tweede Wereldoorlog en een overzicht met de voor dit thema typische woorden (zowel Duitse als Nederlandse) is dit boek waarschijnlijk ook goed leesbaar voor halfgevorderde studenten (niveau B1/B2).

Leercriterium
Inhoudelijk geeft deze novelle aanleiding tot discussies over de Tweede Wereldoorlog en traumaverwerking in het algemeen. Vanuit formeel oogpunt is er niet een bepaald aspect dat opvalt. Het taalgebruik is erg standaard en de zinnen zijn over het algemeen kort om de indruk te wekken van kindertaal.

Leercriterium Formeel nee
Inhoudelijk/cultureel ja