Direct naar menu
start » wereldwijd » taaluniecentrum

De Leeswijzer

Boekverslag Problemski Hotel


door Dimitri Verhulst

Deze roman beschrijft het dagelijks leven in een asielzoekerscentrum in België, gezien door de ogen van een asielzoeker. De hoofdpersoon vertelt meer over andere personen in het centrum dan over zichzelf, maar in veel verhalen speelt hij wel een rol.

Criterium
      + Deelaspect
makkelijker moeilijker
lay-out/visuele steun
hoofdstukken/ titels/ witregelsaanwezig afwezig
illustraties aanwezig afwezig
interpunctie aanwezig afwezig
lengte
van de tekst korter langer
van tekstdelen korter langer
van zinnen korter langer
taalgebruik
woordenschat frequent/bekend niet-frequent/ onbekend
taalvariatie standaardtaal register/ stijlvariatie
formulering weinig idioom, letterlijk/concreet veel idioom, figuurlijk/abstract
grammatica ongemarkeerd, eenvoudig gemarkeerd, complex
textcomplexiteit
verhaallijnen één twee of meer
betekenislagen één twee of meer
scheiding fantasie/werkelijkheidduidelijk of niet van toepassingonduidelijk
thematiek/onderwerp
aansluiting bij leefwereld/leeservaring van de lezeraansluitendminder/niet aansluitend
niveau van abstractie bij de presentatielaag hoog
vertelperspectief auctoriaal, neutraal, personaal, ik-/jijperspectiefwisselend, monologue interieur
personages
aantal weinig veel
uitwerking karakters stereotype, weinig diepgangcomplexe karakters, meer diepgang
verandering onderlinge verhoudingenweinig, niet ingrijpendveel, ingrijpend
identificatiemogelijkheden veel weinig
plaats
geografisch bekend onbekend
sociaal/ cultureel bekend onbekend
tijd
tijdverloop chronologisch, zonder tijdsprongenniet-chronologisch, met tijdsprongen/flashbacks
open plekken/open einde afwezig aanwezig
historische plaatsing bekend of niet van toepassingonbekend
nadruk bij spanningsopbouw gebeurtenissen gedachten/beschrijvingen
Aantal kolommen18 12
Percentage60% 30%

Lay-out/Visuele steun
Het boek bestaat uit twee delen (Bipul Masli, fotograaf en Bipul Masli, asielzoeker) waarin in totaal 21 hoofdstukken zijn opgenomen. De hoofdstukken hebben eigen titels. Er zijn geen illustraties opgenomen in het boek en de interpunctie is op die van één hoofdstuk na normaal (Inburgeringsoefening No: 4545KFSD45bis ‘Louis Paul Boon vertelt een grol in ’t estaminet’. De interpunctie is in dit hoofdstuk helemaal afwezig: er zijn geen hoofdletters, punten of komma’s die de zinnen van elkaar scheiden. Een eerder vertelde gebeurtenis wordt opnieuw beschreven in ironisch, ouderwets Vlaams (‘gij zijt’ e.d.). Het hoofdstuk waarin de gebeurtenis voor het eerst werd beschreven is wel een flink stuk van dit hoofdstuk verwijderd in het boek, maar de lezer wordt een beetje geholpen door de titel. De titel van het eerdere hoofdstuk is namelijk Inburgeringsoefening No 174BLZ18: ‘Roger Van de Velde vertelt een mop op café’. Het verschil in stijl is voor iedereen merkbaar, maar een lezer die bekend is met de auteurs Roger Van de Velde en Louis Paul Boon zal dit makkelijker kunnen plaatsen en de ironie begrijpen).

Lengte
Het boek bestaat uit 102 bladzijden van gemiddelde lengte. De hoofdstukken zijn ongeveer vijf pagina’s lang. De lengte van de alinea’s en de zinnen is eveneens gemiddeld, hoewel er enkele uitzonderingen zijn in de vorm van vrij lange tekstelementen.

Taalgebruik
Het taalgebruik is niet zo eenvoudig. De auteur hanteert een rijk vocabulaire met een behoorlijk aantal minder frequente woorden, zoals ‘contreien’ p.11, ‘parmantig’ p.22, ‘nomenclatuur’ p.37, ‘bronst’ p.49, ‘nooddruftig’ p.52, of ‘scalp’ p.90. Een voordeel voor de vreemdetalenstudent is dat enkele van deze woorden wel herleidbaar zijn als men Engels of Frans kent. Dit geldt niet altijd voor enkele Vlaamse woorden en uitdrukkingen (bijvoorbeeld ‘omzeggens’ p.8, ‘uitbater’ p.13, ‘een tong draaien’ p.26, ‘kwansuis’ p.34, ‘konkelfoezen’ p.72 of ‘zonneklopper’ p.91) en samenstellingen of afleidingen die de auteur zelf schiep (zoals ‘melkerijen’ (voor borsten) p.26, ‘kraantjeswater’ o.a. p.30, ‘groepscoďtus’ p.33, ‘dzingeldzjangelmuziek’ p.55 of ‘fotomuskiet’ p.108). Omdat de hoofdpersoon fotograaf is, komen er (voornamelijk in het begin van het boek) veel woorden voor die met fotografie te maken hebben, zoals ‘prismavoorzetlenzen’ p.9, ‘zelfontspanner’ p.10 of ‘sluitertijd’ p.16.
De taal is standaardtaal, met enkele Vlaamse woorden en uitdrukkingen. Er is geen sprake van een register, met uitzondering van het bovengenoemde hoofdstuk van twee pagina’s dat in een ironische ‘Louis-Paul-Boonstijl’ is geschreven.
Het taalgebruik is meestal concreet, maar het boek bevat redelijk veel uitdrukkingen en idioom, bijvoorbeeld ‘het gras is groener aan de overkant’ p.19, ‘een tandje bijsteken’ p.40 ‘een ander pak mouwen’ p.56. Soms wordt er met een uitdrukking gespeeld, bijvoorbeeld ‘eten wat de ene pot schaft´ p.54 of ‘het land waar zelfs God asiel heeft gekregen en goed schijnt te leven’ p.35 (een woordspeling op ‘leven als God in Frankrijk’).
Een enkele keer komen zinnen zonder persoonsvorm voor, maar deze zijn goed te begrijpen, bijvoorbeeld:

‘In mijn cameratas zat vrijwel nooit een kleurenfilmpje, maar die dag dus wel. Eén filmpje. Er stonden vierentwintig foto’s op. Vierentwintig kansen om…’ p.8.
De auteur heeft soms een wat poëtische manier om de harde werkelijkheid te beschrijven, bijvoorbeeld over een jongetje ‘hij is zo oud als zijn verdriet’ p.61 en iets later ‘het was zijn verjaardag, zijn verdriet werd tien’ p.63. Ook is hij zeer regelmatig ironisch of zelfs cynisch, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de hoofdstuktitel van het Louis-Paul-Boonhoofdstuk of de volgende passage:
‘Zijn klasgenoten begrijpt hij alleen als die zo welwillend zijn bijzonder traag, met eenvoudige woordjes en in het algemeen Nederlands te praten. Hij begrijpt ze niet.’ p.62.

Tekstcomplexiteit
De rol van de verhaallijn is in dit boek ondergeschikt. Er is een dunne verhaallijn van de hoofdspersoon Bipul Masli, die eerst persfotograaf is en later asielzoeker. Maar de eenheid in het boek wordt gecreëerd door de plaats van handeling: het asielzoekerscentrum. In de verschillende hoofdstukken wordt verteld wat de bewoners van het centrum in het dagelijks leven meemaken en een enkele keer komt het verleden van de asielzoekers ter sprake.
De soms luchtige gebeurtenissen waarvan verslag wordt gedaan krijgen een gespannen ondertoon doordat de lezer zich bewust is dat de personages stuk voor stuk vreselijke gebeurtenissen hebben meegemaakt voor ze hun vaderland ontvluchtten. Hoewel er niet zo vaak aan de gruwelen van oorlog, verkrachting en moord wordt gerefereerd, voelt de lezer dat ze alom aanwezig zijn. In die zin heeft de roman een diepere betekenislaag.
Zowel de gebeurtenissen als de gedachten van de personages worden duidelijk omschreven.

Thematiek/Onderwerp
Het thema dat terugkeert in alle verhalen is de verveling en de onmacht die de asielzoekers voelen in het centrum: ze hebben nauwelijks iets om handen en kunnen in afwachting van de beslissing van het ministerie geen werk verrichten of zich oriënteren op een leven in België. Zij bevinden zich dus in een heel specifieke situatie die voor weinig lezers herkenbaar zal zijn. Het gevoel van hulpeloosheid kan de lezer zich waarschijnlijk wel voorstellen, ook omdat deze gevoelens van de personages steeds duidelijk zijn verwoord of uit hun handelingen blijken.

Vertelperspectief
Het verhaal wordt verteld door de ogen van de fotograaf Bipul Masli vanuit het ik-perspectief. Hij vertelt wat hemzelf en de andere personages overkomt.

Personages
Het aantal personages in deze roman is redelijk groot. In ieder hoofdstuk worden weer nieuwe personages opgevoerd, maar voor de meeste personages geldt dat ze later in het boek nog eens terugkomen. De belangrijkste drie personages zijn de ‘ik’, Bipul Masli, een fotograaf uit een onbekend land waar een burgeroorlog woedt, zijn beste vriend Maqsood uit Kashmir en zijn Russische kamergenoot Igor.
De karakters van de personages worden niet volledig uitgewerkt. Slechts enkele karaktertrekken worden geschetst om een indruk te geven van de verscheidenheid van mensen die in het centrum belanden. De personages delen natuurlijk een belangrijk verleden: zij zijn gevlucht uit hun land en hebben asiel aangevraagd in België.
De relatie tussen de personages verandert niet ingrijpend. Ze zitten de hele dag op elkaars lip, maar tegelijkertijd is het contact met de anderen de enige afleiding en kunnen ze eigenlijk niet zonder elkaar.
Omdat de meeste personages zo stereotiep worden gepresenteerd, zal het lastig zijn voor de lezer zich in hen in te leven. Het personage van Bipul Masli leent zich hier beter voor. Omdat hij de gebeurtenissen beziet met een intelligente, kritische blik is de lezer het meest geneigd zich in zijn situatie te verplaatsen. Tegelijkertijd maakt deze houding het minder geloofwaardig dat hij werkelijk een asielzoeker is die pas korte tijd in België verblijft.

Plaats
Het eerste hoofdstuk speelt in Ethiopië (Hargeisa en Addis Abeba worden genoemd), het tweede in het geboorteland van Bipul Masli (niet bij name genoemd, door de auteur omgedoopt tot Flutopia), en de rest van de hoofdstukken in het asielzoekerscentrum. Waar het centrum precies staat wordt niet vermeld, maar het wordt duidelijk dat het in België moet zijn en vrij ver buiten een klein dorpje. Een ding dat zeker is, is dat het asielzoekerscentrum in Arendonk, ten oosten van Turnhout, model stond voor dit boek. Verhulst verklaart namelijk in zijn nawoord dat hij deze roman schreef naar aanleiding van een verblijf aldaar.

Tijd
Het is niet precies duidelijk hoeveel tijd er verstrijkt in het boek. Bij de eerste twee hoofdstukken wordt het jaar van handeling genoemd (respectievelijk 1984 en 1974), maar het is niet bekend hoeveel tijd er verstreken is tussen die periode en het moment waarop Bipul Masli in het asielzoekerscentrum zit. Het is ongeveer januari, want er wordt gesproken van temperaturen onder nul en het feit dat de feesten van Sinterklaas en Kerstmis korte tijd daarvoor plaatshadden. In veel hoofdstukken worden echter gebeurtenissen verhaald die eerder plaatsvonden. Er zijn dus flashbacks aanwezig, maar het is niet zozeer van belang wat de volgorde van de gebeurtenissen is: ze dienen vooral om samen een sfeertekening te geven van het leven in het asielzoekerscentrum.

Nadruk bij spanningsopbouw
De spanning wordt steeds opgebouwd door de gebeurtenissen.

Conclusie
Problemski Hotel is een interessant boek, omdat het een onderwerp dat veel in het nieuws is vanuit een ander oogpunt (dat van de ooggetuige) presenteert en bovendien in een literaire vorm. De charme van het boek ligt in het gevarieerde en ironische taalgebruik van de auteur. De gebeurtenissen die verteld worden kunnen ook begrepen worden door een lezer die niet alle woorden of auteurscommentaren herkent, maar om ook van de literaire kwaliteiten van het boek te genieten is een grotere woordkennis noodzakelijk. Het boek is daarom waarschijnlijk het meest geschikt voor studenten met een niveau B2/C1.

Leercriterium
Op het formele vlak is het interessantste aspect van deze roman de ironische of cynische wijze waarop de harde werkelijkheid wordt gepresenteerd. De auteur doet dit op verschillende manieren, bijvoorbeeld door het verhaspelen van uitdrukkingen of door een heel hoofdstuk zogenaamd in de stijl van Louis Paul Boon te schrijven. Hoewel ironie moeilijk te vatten is, kan het boeiend zijn om naar aanleiding van dit boek na te gaan op welke manieren deze zoal tot stand kan komen.
Inhoudelijk biedt dit boek de mogelijkheid om aan te sluiten bij de zeer actuele vluchtelingenproblematiek in België en Nederland. Het beleid van de regeringen en de procedures die asielzoekers moeten doorlopen in de twee landen kunnen vergeleken worden.

Leercriterium Formeel ja
Inhoudelijk/cultureel ja