Direct naar menu
start » wereldwijd » taaluniecentrum

De Leeswijzer

Boekverslag De Parbo-Blues

door Tessa Leuwsha

In deze roman beschrijft een dochter van een Nederlandse moeder en een Surinaamse vader het leven van het gezin in Amsterdam in de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw. Op latere leeftijd brengt zij een bezoek aan Suriname om een beter beeld te krijgen van het verleden van haar vader en haar grootouders. Beide verhaallijnen lopen in het boek door elkaar.

Criterium
      + Deelaspect
makkelijker moeilijker
lay-out/visuele steun
hoofdstukken/ titels/ witregelsaanwezig afwezig
illustraties aanwezig afwezig
interpunctie aanwezig afwezig
lengte
van de tekst korter langer
van tekstdelen korter langer
van zinnen korter langer
taalgebruik
woordenschat frequent/bekend niet-frequent/onbekend
taalvariatie standaardtaal register/ stijlvariatie
formulering weinig idioom, letterlijk/concreet veel idioom, figuurlijk/abstract
grammatica ongemarkeerd, eenvoudig gemarkeerd, complex
textcomplexiteit
verhaallijnen één twee of meer
betekenislagen één twee of meer
scheiding fantasie/werkelijkheidduidelijk of niet van toepassingonduidelijk
thematiek/onderwerp
aansluiting bij leefwereld/leeservaring van de lezeraansluitendminder/niet aansluitend
niveau van abstractie bij de presentatielaag hoog
vertelperspectief auctoriaal, neutraal, personaal, ik-/jijperspectiefwisselend, monologue interieur
personages
aantal weinig veel
uitwerking karakters stereotype, weinig diepgangcomplexe karakters, meer diepgang
verandering onderlinge verhoudingenweinig, niet ingrijpendveel, ingrijpend
identificatiemogelijkheden veel weinig
plaats
geografisch bekend onbekend
sociaal/ cultureel bekend onbekend
tijd
tijdverloop chronologisch, zonder tijdsprongenniet-chronologisch, met tijdsprongen/flashbacks
open plekken/open einde afwezig aanwezig
historische plaatsing bekend of niet van toepassingonbekend
nadruk bij spanningsopbouw gebeurtenissen gedachten/beschrijvingen
Aantal kolommen18 10
Percentage64% 36%

Lay-out/Visuele steun
De roman heeft een titel en een indeling in 22 hoofdstukken die alleen genummerd zijn, maar geen eigen titel dragen. Binnen de hoofdstukken worden passages gescheiden door witregels.

Lengte
De lengte van de hoofdstukken verschilt: het kortste bestaat uit een halve pagina, de langste hoofdstukken tellen ongeveer tien pagina’s. De alinea’s zijn soms vrij lang (alinea’s van 20 regels zijn geen uitzondering), maar de zinnen zijn over het algemeen kort.

Taalgebruik
Het taalgebruik is vrij eenvoudig. De roman bevat wel veel minder frequente woorden als ‘knoerten’ p.11, ‘optornen’ p.21, ‘inklokken’ p.34, ‘neuten’ p.48, ‘lubberen’ p.52, ‘kift’ p.68, ‘jouwen’ p.119 en sommige Nederlandse of westerse begrippen (bijvoorbeeld ‘rosse buurt’ p.15, ‘moorkoppen’ p.58, ‘tupperware’ p.59, ‘Hema’ p.82). De gebruikte taal is standaardtaal, waar soms enkele woorden of korte zinnen uit het Surinaams worden ingevoegd. Deze zijn steeds cursief gedrukt en achterin is een lijstje opgenomen met alle Surinaamse begrippen. Ook komen vrij veel Engelse namen van artiesten en nummers voor, doordat de hoofdpersoon Henry veel naar jazzmuziek luistert. Het taalgebruik is steeds concreet, ook wanneer de situatie minder helder is, zoals op het ‘wintifeest’, waar geesten worden uitgedreven (p.70-72). Eenmaal is er een wat cryptische passage, die wel van belang is voor het verdere verloop van het verhaal. Het gaat om het gebruik van een metafoor voor een bepaald type vrouw (p.105 ‘vrouwen zijn als kastanjes’). Blijkens het verdere verloop van de gebeurtenissen heeft ook Prince, tegen wie de woorden worden uitgesproken, niet precies in de gaten wat ermee wordt bedoeld. Idioom en uitdrukkingen zijn niet helemaal afwezig, maar worden spaarzaam toegepast (voorbeelden zijn ‘ervan langs krijgen’ p.18, ‘iets aan zijn laars lappen’ p.96 en ‘op de lever hebben’ p.134). Een opvallend verschijnsel is verder dat er relatief veel (korte) zinnen zonder persoonsvorm voorkomen (bijvoorbeeld ‘Een grote verschijning, scherp afgetekend tegen de blauwe lucht’ p.45 (over een zojuist geïntroduceerd personage), ‘Zijn vaste coffeeshop in de Pijp.’ p.57 (fungeert als een plaatsbepaling), ‘Ze liggen op tafel. De moten’ p.88 (de moten krijgen zo extra aandacht).

Tekstcomplexiteit
Strikt gezien wordt in deze roman het levensverhaal verteld van Henry Charmes. Zijn vertrek vanuit Suriname naar Nederland vormde echter een zodanige breuk in zijn leven (zowel geografisch als cultureel), dat het beter is van twee verhaallijnen te spreken: het leven van Henry en zijn ouders in Suriname en het leven van het Surinaams-Nederlandse gezin in Amsterdam. De eerste verhaallijn begint kort voor de geboorte van Henry en de tweede verhaallijn eindigt na zijn dood. In totaal wordt er dus een geheel mensenleven van zestig à zeventig jaar beschreven.
Er is in beide verhaallijnen geen diepere betekenislaag: alleen de verhoudingen tussen de verschillende familieleden worden belicht. Wel speelt op de achtergrond het verschil tussen blank en zwart, maar dit wordt wanneer het aan de orde komt duidelijk verwoord.
In de hele roman ligt de nadruk op gebeurtenissen en moeten we de gedachten van de personages daaruit afleiden.

Thematiek/Onderwerp
Een centraal thema in deze roman is de relatie tussen familieleden, een problematiek die voor iedereen herkenbaar is. Het leven van de romanpersonages wordt sterk bepaald door de cultuurverschillen tussen Suriname en Nederland. Het leven tussen twee culturen zullen minder mensen uit ervaring kennen, maar zal juist talenstudenten interesseren.
Verreweg het belangrijkste thema is het ‘blues’-gevoel van emigranten die zich niet echt thuis voelen in hun nieuwe land, maar ook – om verschillende redenen – niet terug kunnen. De titel van de roman verwijst hier ook naar; Parbo is een Surinaams biermerk.

Vertelperspectief
Het verhaal wordt verteld vanuit verschillende perspectieven. Het perspectief dat het meest voorkomt is dat van Anna, dochter van een Surinaamse vader en een Nederlandse moeder. Haar kijk op de dingen wordt weergegeven in het ik-perspectief en zij beschrijft de belevenissen van het gezin in Nederland. Daarnaast komen ook perspectieven van andere personages voor bij de beschrijving van het verleden van Anna’s vader Henry: dat van Henry zelf, het perspectief van zijn moeder Heline en zijn vader Prince, maar ook dat van mijnheer en mevrouw Van der Kolk, werkgevers van Prince in Suriname. Bij al deze personages wordt het personale perspectief gehanteerd.
De overgangen tussen de verschillende perspectieven zijn niet altijd duidelijk gemarkeerd. Meestal wordt een personage eerst bij naam genoemd en merkt de lezer vervolgens langzaamaan dat zijn of haar perspectief wordt gevolgd. Deze techniek versterkt het gevoel van een tori, een Surinaamse orale verteltechniek.

Personages
Het aantal personages in deze roman is redelijk groot. De ‘ik’ van het verhaal is Anna, een Surinaams-Nederlands meisje. De hoofdpersoon van het verhaal is haar Surinaamse vader Henry Charmes of op z’n Nederlands: Hendrik of Henk. Minder prominent aanwezig zijn Anna’s moeder Johanna, haar broer Waldie en de hond van het gezin Barrie. In de periode dat Henry in Suriname leeft spelen de volgende personen een rol: zijn moeder Heline, zijn vader Prince, zijn jeugdvriend Alfred Breeveld en de werkgevers van Prince, het Nederlandse echtpaar Van der Kolk.
Het enige personage dat behoorlijk wordt uitgediept is Henry, hoewel zijn karakter niet heel sterk verandert in de loop van het verhaal. Als jongetje al droomt hij van Nederland en als hij eenmaal in Nederland is valt het leven daar hem weliswaar soms tegen, maar na een bezoek aan Suriname realiseert hij zich dat hij toch thuishoort in Nederland. Hij blijft lijden aan de ‘blues’, een onbestemd heimweegevoel naar Suriname. Een zin uit het boek die dit mooi weergeeft is: ‘Hij leek op de ficus in zijn pot met aarde in een hoek van de bedrijfskantine: ontheemd en verwaarloosd, de tropische blaadjes verdord en geknakt.’ p.34.
De relaties tussen sommige personages wijzigen in de loop van het verhaal. De relatie tussen Henry en Johanna bekoelt en wordt later weer wat liefdevoller. Als Anna volwassen is, uit ze in een opwelling haar onvrede met de wijze waarop Henry zich opstelt en het gevolg is dat haar vader enkele maanden niet meer ontmoet. Ook de zakelijke verhouding tussen Prince en mevrouw Van der Kolk escaleert.
Andere relaties blijven echter hetzelfde: de verhouding tussen Prince en Henry is erg afstandelijk en die tussen Heline en haar zoon en kleinkinderen is er ook meer één van noodzaak dan van liefde.
Hoewel het van persoon tot persoon verschilt, zal het personage van Henry, opgesloten in zijn eigen wereld, weinig identificatiemogelijkheden bieden. Het ik-personage van Anna dat verwijdering ziet optreden tussen haar ouders door het gedrag van haar vader leent zich hier meer voor. De andere personages worden niet voldoende uitgewerkt om de lezer reële identificatiemogelijkheden te bieden.

Plaats
De roman speelt afwisselend in Nederland en Suriname. In Nederland is het hoofdzakelijk Amsterdam waar de personages zich bevinden, met uitstapjes naar een strandcamping en Breda. In Suriname speelt het verhaal zich aanvankelijk af in het westelijke district Nickerie, daarna in Paramaribo.
De plaats die de personages in de samenleving innemen wordt in het boek goed duidelijk gemaakt. In Suriname is de familie van Henry erg arm en moet hard werken, in dienst van blanke werkgevers. In Nederland probeert Henry vaak zich zo Nederlands mogelijk voor te doen, hoewel hij zijn twee hobby’s die voor hem sterk met Suriname verbonden zijn, jazzmuziek en hasjgebruik, behoudt. Henry en zijn gezin worden ondanks zijn inspanningen lang niet altijd als echte Nederlanders beschouwd.

Tijd
In totaal wordt een periode beschreven van kort voor de geboorte van Henry tot enige tijd na zijn dood: zo’n zestig à zeventig jaar. Het verhaal kent zeer veel tijdsprongen, voornamelijk tussen de periode in Nederland en die in Suriname. De gebeurtenissen in Suriname worden onderling min of meer chronologisch verteld (zij het dus met vele onderbrekingen voor tekstpassages die in Nederland spelen en de korte momenten van contact tussen Anna en Alfred Breeveld na de dood van Henry). De gebeurtenissen in Nederland zijn meer episodisch van aard: het is meestal niet duidelijk wat de volgorde is waarin deze plaatsvonden. De belevenissen in Nederland zijn vooral bedoeld om het karakter van Henry te schetsen en de chronologie is daarbij niet van belang.
Met de dood van Henry en de reis van Anna naar Suriname die hier op volgt is er een duidelijke afsluiting van de gebeurtenissen in de roman.
De gebeurtenissen in Nederland spelen ongeveer in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw. Henry’s geboorte in Suriname moet ongeveer in de jaren veertig hebben plaatsgevonden. Er zijn enkele indirecte aanwijzingen die dit tijdperk aannemelijk maken: de hooggeplaatste positie die blanke Nederlanders in Suriname bekleden en de coffeeshops in Amsterdam. Daarnaast wordt op p.111 expliciet vermeld dat Henry begin jaren zestig naar Nederland kwam en het gezin bekijkt op zeker moment in het verhaal een bokswedstrijd van Muhammed Ali op de televisie die in 1974 moet hebben plaatsgevonden.

Nadruk bij spanningsopbouw
De spanning in het verhaal wordt opgebouwd door de relaties tussen de personages. Deze worden aan de lezer kenbaar gemaakt door gebeurtenissen en handelingen, niet door de gedachten van de personages.

Conclusie
Het taalgebruik in de Parbo-blues is –in vergelijking met andere romans – vrij eenvoudig, maar er komen toch vrij veel laagfrequente woorden voor. Grammaticaal zijn er geen bijzonderheden, behalve de redelijke hoge frequentie van zinnen zonder persoonsvorm. De tekst is in zijn geheel niet zo kort en de tijdsprongen en perspectiefwisselingen kunnen de lezer in het begin wat verwarren. Het thema van de cultuurverschillen tussen twee landen is voor taalstudenten erg interessant. Wellicht afgezien van de lengte is deze roman geschikt voor halfgevorderde tot gevorderde lezers (ongeveer vanaf B2).

Leercriterium
In deze roman worden verteltijden voor gebeurtenissen uit het verleden afgewisseld. Zowel de onvoltooid verleden tijd als de tegenwoordige tijd (praesens historicum) worden gebruikt in beschrijvingen van situaties. Zo vinden we bijvoorbeeld ‘Mijn vader kwam begin jaren zestig met de boot naar Nederland.’ (p.111) naast zinnen als ‘Het is 1974.’ (p.117). In de les kan aandacht besteed worden aan deze verteltechniek.
Inhoudelijk kan het verhaal aanleiding geven om te spreken over cultuurverschillen tussen Nederland en het geboorteland en over het opgroeien ‘tussen twee culturen’.
Aandacht voor de geschiedenis van Suriname als deel van het Nederlands koninkrijk?

Leercriterium Formeel ja
Inhoudelijk/cultureel ja