Direct naar menu
start » wereldwijd » taaluniecentrum

De Leeswijzer

Boekverslag (titelloos) in Misschien wisten zij alles


door Toon Tellegen

In dit korte verhaaltje praten de eekhoorn en de mier over gelukkig zijn.

Criterium
      + Deelaspect
makkelijker moeilijker
lay-out/visuele steun
hoofdstukken/ titels/ witregelsaanwezig afwezig
illustraties aanwezig afwezig
interpunctie aanwezig afwezig
lengte
van de tekst korter langer
van tekstdelen korter langer
van zinnen korter langer
taalgebruik
woordenschat frequent/bekend niet-frequent/ onbekend
taalvariatie standaardtaal register/ stijlvariatie
formulering weinig idioom, letterlijk/concreet veel idioom, figuurlijk/abstract
grammatica ongemarkeerd, eenvoudig gemarkeerd, complex
textcomplexiteit
verhaallijnen één twee of meer
betekenislagen één twee of meer
scheiding fantasie/werkelijkheidduidelijk of niet van toepassingonduidelijk
thematiek/onderwerp
aansluiting bij leefwereld/leeservaring van de lezeraansluitendminder/niet aansluitend
niveau van abstractie bij de presentatielaag hoog
vertelperspectief auctoriaal, neutraal, personaal, ik-/jijperspectiefwisselend, monologue interieur
personages
aantal weinig veel
uitwerking karakters stereotype, weinig diepgangcomplexe karakters, meer diepgang
verandering onderlinge verhoudingenweinig, niet ingrijpendveel, ingrijpend
identificatiemogelijkheden veel weinig
plaats
geografisch bekend onbekend
sociaal/ cultureel bekend onbekend
tijd
tijdverloop chronologisch, zonder tijdsprongenniet-chronologisch, met tijdsprongen/flashbacks
open plekken/open einde afwezig aanwezig
historische plaatsing bekend of niet van toepassingonbekend
nadruk bij spanningsopbouw gebeurtenissen gedachten/beschrijvingen
Aantal kolommen20 6
Percentage77% 23%

Lay-out/Visuele steun
Het verhaal heeft geen titel. Het is verdeeld in alinea’s die aan het begin inspringen.
Er zijn geen illustraties of bijzonderheden wat betreft de interpunctie.

Lengte
Dit verhaal is iets langer dan één bladzijde en telt ongeveer 450 woorden. De alinea’s zijn zeer kort: enkele zinnen/regels. Bovendien bestaat een groot deel van het verhaal uit dialoog. De zinnen, vooral die in de directe rede, zijn meestal niet lang, hoewel er wel enkele langere, beschrijvende zinnen voorkomen, bijvoorbeeld: ‘Boven hen ruiste de wilg, voor hen kabbelde het water, terwijl in de verte de lijster zong.’

Taalgebruik
Het taalgebruik is eenvoudig. De meeste woorden staat in het Basiswoordenboek en anders in het Pocketwoordenboek. De enige twee woorden die geen van beide werken staan zijn ‘kabbelen’ en ‘lijster’. Er is nauwelijks sprake van abstract of idiomatisch taalgebruik; wel komt er af en toe figuurlijk taalgebruik voor, maar dat gebeurt of expliciete wijze, zoals ‘Het was alsof er een wolk voor zijn gezicht schoof.’ Een belangrijke rol speelt de ‘als¼dan’-constructie. Deze constructie drukt het thema van het verhaal uit, de relativiteit van geluk, en wordt vaak herhaald.

Tekstcomplexiteit
Er is één verhaallijn, die op twee niveaus betekenis heeft: onder het concrete niveau van het verhaal over de eekhoorn en de mier ligt een meer filosofisch niveau van de relativiteit van emoties. De scheiding tussen fantasie en werkelijkheid is niet altijd duidelijk. Het is een fantasieverhaal waarin de dieren worden opgevoerd als mensen, wat het duidelijkst wordt doordat ze praten. Als personages zijn ze echter heel realistisch. Zelf fantaseren de dieren ook, soms over dingen die niet kunnen bestaan, zoals vliegende honingtaarten. Deze combinatie van fantasie en werkelijkheid geeft het verhaal soms een licht absurdistische sfeer.

Thematiek/Onderwerp
Het thema van het verhaal is universeel: ieder mens kent gevoelens van geluk en verdriet en denkt wel eens na over de oorzaken, de relativiteit en de subjectiviteit van zulke emoties. Het thema wordt op een alledaagse, eenvoudige manier onder woorden gebracht, in de vorm van een dierenfabel.

Vertelperspectief
Het verhaal heeft een personaal perspectief: het wordt verteld vanuit de eekhoorn, wiens waarnemingen en gedachten worden weergegeven.

Personages
Er zijn twee personages: de eekhoorn en de mier. Het karakter van de eekhoorn wordt voor zover mogelijk in zo’n kort verhaal het meeste uitgediept: hij is gevoelig, een dromer. Het personage van de mier is iets ‘platter’: hij wordt vooral als een onverstoorbare betweter gepresenteerd. Als zodanig staan de personages van de twee dieren tegenover elkaar, min of meer als stereotypen. Dit vereenvoudigt de identificatiemogelijkheden met de beide karakters.

Plaats
Het verhaal speelt zich af in de natuur, aan de oever van een rivier. Er is geen sprake van een sociaal-cultureel gedefinieerde omgeving.

Tijd
Het verhaal wordt chronologisch verteld. Er is één tijdsprongetje naar een later moment op de dag, maar dat wordt duidelijk aangegeven: ‘Wat liggen wij hier heerlijk eekhoorn, zei de mier na een hele tijd.’ Historische plaatsing is niet van toepassing op het verhaal.

Nadruk bij spanningsopbouw
Er is eigenlijk geen sprake van gebeurtenissen in het verhaal, maar alleen van dialoog en weergave van gedachten. Verder worden ook korte beschrijvingen gegeven van de omgeving (de rivier, de bomen, de vogels en de zon).

Conclusie
Dit is een tamelijk eenvoudig verhaal. Dat komt vooral doordat het erg kort is en zeer makkelijk geschreven is. Er zitten echter ook moeilijkere kanten aan deze tekst: er gebeurt bijna niets in het verhaal en de thematiek is behoorlijk filosofisch, maar omdat de presentatie heel concreet is, blijft het verhaal toch goed toegankelijk voor leerders op ongeveer niveau B1/B2.

Leercriterium
Een opvallende, vaker voorkomende constructie in dit verhaal is de ‘als . . .dan’-constructie. Bijvoorbeeld:

‘En als er nu eens een honingtaart voorbij zou komen vliegen met een briefje erop: voor eekhoorn en de mier. . .?’ ‘Ja,’ zei de eekhoorn. ‘Dan zou ik nóg gelukkiger zijn.’
Verder biedt het verhaal mogelijkheden voor het leren van dieren- en vogelnamen: eekhoorn, mier, krekel, walvis, lijster, nachtegaal, merel. Een opvallende uitdrukking die meerdere keren gebruikt wordt en die nuttig is om te bespreken is: je hebt gelijk. Inhoudelijk kan het verhaal bijvoorbeeld een aanleiding vormen voor opdrachten en die ingaan op het thema: ‘Wat maakt je gelukkig?’. Ook over het specifieke genre, de dierenfabel, kan worden gereflecteerd: bestaat zoiets ook in de literaire traditie van de moedertaal van de cursisten?