Direct naar menu
start » wereldwijd » taaluniecentrum

De Leeswijzer

Boekverslag Lucht


door Bart Koubaa

De hoofdpersoon Kudo Yamamoto is in Japan geboren en werkt in Amerika bij de Inlichtingendienst tijdens de Tweede Wereldoorlog als vertaler. Als hij een bericht van de Japanse keizer moet vertalen, begrijpt hij niet dat deze wil capituleren, met als gevolg dat Amerika de atoombommen op de Japanse steden Nagasaki en Hiroshima laat neerkomen met desastreuze gevolgen. Yamamoto vlucht vervolgens naar Japan en leidt daar een teruggetrokken leven. Hij probeert een gedicht te schrijven van 17 woorden (de traditionele lengte van een haiku) waarin hij de hele kosmos beschrijft, maar hij besteedt vooral tijd aan het ophangen van boekenplanken voor zijn verzameling Westerse boeken en komt niet aan schrijven toe. Hij verwacht een interviewster van een Amerikaans blad die hem wil fotograferen en een artikel wil schrijven over zijn universele gedicht.

Criterium
      + Deelaspect
makkelijker moeilijker
lay-out/visuele steun
hoofdstukken/ titels/ witregelsaanwezig afwezig
illustraties aanwezig afwezig
interpunctie aanwezig afwezig
lengte
van de tekst korter langer
van tekstdelen korter langer
van zinnen korter langer
taalgebruik
woordenschat frequent/bekend niet-frequent/ onbekend
taalvariatie standaardtaal register/ stijlvariatie
formulering weinig idioom, letterlijk/concreet veel idioom, figuurlijk/abstract
grammatica ongemarkeerd, eenvoudig gemarkeerd, complex
textcomplexiteit
verhaallijnen één twee of meer
betekenislagen één twee of meer
scheiding fantasie/werkelijkheidduidelijk of niet van toepassingonduidelijk
thematiek/onderwerp
aansluiting bij leefwereld/leeservaring van de lezeraansluitendminder/niet aansluitend
niveau van abstractie bij de presentatielaag hoog
vertelperspectief auctoriaal, neutraal, personaal, ik-/jijperspectiefwisselend, monologue interieur
personages
aantal weinig veel
uitwerking karakters stereotype, weinig diepgangcomplexe karakters, meer diepgang
verandering onderlinge verhoudingenweinig, niet ingrijpendveel, ingrijpend
identificatiemogelijkheden veel weinig
plaats
geografisch bekend onbekend
sociaal/ cultureel bekend onbekend
tijd
tijdverloop chronologisch, zonder tijdsprongenniet-chronologisch, met tijdsprongen/flashbacks
open plekken/open einde afwezig aanwezig
historische plaatsing bekend of niet van toepassingonbekend
nadruk bij spanningsopbouw gebeurtenissen gedachten/beschrijvingen
Aantal kolommen12 14
Percentage46% 54%

Lay-out/Visuele steun
Het boek heeft de titel Lucht. De 17 hoofdstukken hebben ieder een eigen titel, steeds een substantief (bijvoorbeeld De berg, De wolkenkrabber, een uitzondering is het hoofdstuk 1998). Binnen de hoofdstukken worden passages soms gescheiden door drie rondjes, meestal als de plaats van handeling, het tijdstip of het perspectief verandert. Daarnaast komen ook witregels tussen passages voor. De interpunctie is normaal.

Lengte
Het boek telt 115 pagina’s die redelijk dicht bedrukt zijn met een normale bladspiegel. De hoofdstukken zijn elk ongeveer zeven pagina’s lang. De alinea’s en zinnen zijn niet bijzonder lang of kort

Taalgebruik
Bart Koubaa maakt redelijk veel gebruik van minder frequente woorden, zoals ‘berispen’ p.9, ‘klieven’ p.13, ‘vernuftig’ p.32 of ‘ontglippen’ p.73. Slechts weinig woorden doen Vlaams aan, bijvoorbeeld ‘baxterdozen’ p.9, ‘aangezicht’ p.10 en ‘pruimelaar’ p.12. Er zijn wel wat spreekwoorden en idiomatische uitdrukkingen te vinden, maar het zijn er niet opvallend veel. Voorbeelden zijn: ‘op de koop toe’ p.19, ‘een speld horen vallen’ p.46 en ‘een blad voor de mond nemen’ p.66. Het taalgebruik geeft in zijn geheel een wat warrige, luchtige indruk, doordat wat technischer woorden (bijvoorbeeld ‘schroeven, moeren, spijkers’ p.81) en namen van (historische) plaatsen, personen, bedrijven en gebeurtenissen vermengd worden met de fictieve verhaallijn en de vele verwijzingen naar dieren en planten (vooral vogels, in een verwijzing naar het thema lucht).

Tekstcomplexiteit
Er is één verhaallijn in het boek die het belangrijkste is: het leven van Kudo Yamamoto. De lezer verneemt van de gebeurtenissen uit zijn leven in Amerika en Japan. Daarnaast worden echter soms kleine uitstapjes gemaakt naar andere personages: voorvaderen van Yamamoto, de postbode, zijn geliefde Nanashi en een vrouw die hem komt interviewen. De wisseling in verhaallijn is, net als de veranderingen in perspectief en tijd, soms verwarrend.
Koubaa speelt met verwachtingen van de lezer (al in het eerste hoofdstuk sterft Kudo Yamamoto, maar later blijkt hij toch op een bepaalde manier door te leven) en realistische of historische gebeurtenissen worden vermengd met fantastische situaties. De grens daartussen is niet altijd duidelijk. Het lijkt of Koubaa hiermee een extra betekenis aan de tekst wil meegeven, maar hij is op dit punt nergens expliciet.

Thematiek/Onderwerp
De thema’s die steeds terugkeren in dit boek zijn ‘lucht’ en ‘taal’. Kudo Yamamoto’s leven in Japan is niet zo actief en uiteindelijk wordt Yamamoto zo licht dat hij zelfs opstijgt. Er worden in het boek veel dieren genoemd, vooral vogels, die naar het thema lucht verwijzen, net als de bloesem die steeds door de wind wordt meegevoerd. Ook het taalgebruik maakt zoals gezegd een luchtige indruk. Het thema taal wordt eerst van zijn gruwelijkste kantgetoond, namelijk miscommunicatie: doordat Yamamoto een vertaalfout maakt worden er atoombommen op Japan gegooid. Later probeert Yamamoto juist taal voor iets moois aan te wenden: het componeren van een gedicht dat de hele kosmos kan bevatten. Een voorbeeld van hoe de thema’s lucht en taal met elkaar vermengd worden is de volgende passage:

‘Kudo Yamamoto,’ zei de visser zonder zijn hengel uit het oog te verliezen,
‘ideaal weertje om te vliegeren.’
‘Waarom vis je dan, Fujiwara Basho?’
‘Omdat er te veel bloesems in de lucht hangen, Kudo Yamamoto.’
‘Hoezo?’
‘Als ik mijn net in de lucht hou, vang ik er honderd.’
‘Maar er zitten gaten in je net.’
‘Dat weten de bloesems niet.’
‘Er staat geschreven: geen bloesems plukken, Fujiwara Basho!’
‘De wind kan niet lezen, Kudo Yamamoto.’ (p.20)
Vooral aan het einde van het boek is de beschrijving van Yamamoto’s leven steeds fantastischer: hij gaat zweven en moet zware schoenen aantrekken of boeken vasthouden om op de grond te blijven. Koubaa lijkt de mogelijkheid om met taal de werkelijkheid te beschrijven ter discussie te stellen.

Vertelperspectief
Het verhaal wordt grotendeels vanuit het perspectief van Kudo Yamamoto verteld, maar soms volgen we een ander, minder centraal personage. De wisselingen kunnen verwarrend zijn. De gedachten en gevoelens van Yamamoto worden niet zo vaak expliciet vermeld.

Personages
De hoofdpersoon van dit verhaal is Kudo Yamamoto. Er zijn vele personages die een kleinere rol spelen, sommige met naam genoemd, anderen steeds met een eigenschap of een functie aangeduid: Yamamoto’s vader, moeder en oom, zijn eerste vriendinnetje in Japan (steeds aangeduid met ‘het meisje dat lispelde’), zijn vriendin Akiko in Amerika, een visser met de naam Fujiwara Basho, de postbode en de opzichter van de houtwerkplaats van het dorp in Japan waarnaar Yamamoto terugkeert, Yamamoto’s geliefde Nanashi en de Amerikaans-Japanse vrouw die hem komt interviewen over zijn plan om een allesomvattend gedicht te schrijven.
Het enige personage dat enigszins wordt uitgewerkt is Yamamoto. De lezer komt te weten dat hij vreselijk veel schuldgevoel heeft vanwege het feit dat hij de capitulatie van de Japanse keizer niet goed vertaald heeft en dat hij zijn verleden zo veel mogelijk probeert te verdringen.
De relatie tussen Yamamoto en de interviewster verandert sterk. Aan het einde van het boek blijkt dat tussen hen een veel sterkere band bestaat dan de lezer aanvankelijk vermoedde.

Plaats
Het verhaal speelt afwisselend in Amerika en Japan. In Japan is het ouderlijk huis van Kudo Yamamoto, gelegen op het platteland in een vallei bij een berg, de voornaamste plaats van handeling. Verder wordt er gesproken over ‘de grote stad’, waarschijnlijk Tokio. In Amerika leefde en werkte Yamamoto in Washington. De interviewster die naar Japan komt woont in New York.
De sociale positie van Yamamoto wordt niet precies duidelijk, omdat we niet te weten komen hoe anderen over hem denken. In Amerika krijgt hij als immigrant een belangrijke functie bij de Inlichtingendienst, in Japan leidt hij een teruggetrokken leven in een dorp.

Tijd
Uit verschillende historische verwijzingen in het verhaal kunnen we opmaken dat Yamamoto in 1919 geboren moet zijn en in 1934 naar Amerika vertrekt. Zijn terugvlucht naar Japan vindt plaats kort na het droppen van de atoombommen, in 1945. Als Yamamoto aan zijn gedicht wil werken en het bezoek van de interviewster verwacht, de periode die het uitgebreidst aan bod komt in het boek, is het 1964: Japan is in voorbereiding voor eerste Olympische Spelen die er zullen worden gehouden. Eén hoofdstuk speelt in New York, het perspectief ligt dan bij de interviewster, en uit de titel maakt de lezer op dat het dan 1998 is.
De gebeurtenissen uit Yamamoto’s leven worden met vele tijdsprongen verteld. Een paar keer gaat de verteller verder terug in de tijd, wanneer er in kort bestek verhalen van Yamamoto’s voorvaderen worden verteld.
Er zijn wel wat punten in het verhaal waar de lezer met vragen blijft zitten, bijvoorbeeld de dood van Kudo Yamamoto in het eerste hoofdstuk en het opstijgen van zijn lichaam aan het einde van het boek. Bovendien komt de lezer niet te weten of Kudo Yamamoto weet wat er met zijn geliefde Nanashi is gebeurd, of hij het artikel dat de interviewster geschreven heeft ooit heeft gelezen en of hij de ware identiteit van de interviewster heeft leren kennen.

Nadruk bij spanningsopbouw
Omdat de gedachten en gevoelens van Yamamoto niet zo vaak op de voorgrond treden, is de lezer vooral benieuwd naar de gebeurtenissen. Zal Yamamoto ooit zijn gedicht voltooien? Heeft hij de boekenplanken op tijd opgehangen voor het interview? Zal hij ooit spreken over het verleden en zijn aandeel daarin? Op sommige vragen krijgt de lezer een antwoord, op andere niet.

Conclusie
De beperkte lengte van dit boek en het thema taal zijn voordelen voor studenten vreemde talen. Anderzijds is de ‘luchtige’ presentatie, die in het taalgebruik en de vele wisselingen in perspectief, tijd en verhaallijn terug te zien is, een mogelijk obstakel. De tekst is hierdoor op veel plaatsen behoorlijk abstract. Het teruggetrokken leven op het Japanse platteland dat Yamamoto leidt zal ook voor veel lezers niet herkenbaar zijn. Waarschijnlijk is dit boek geschikt voor studenten met niveau B2/C1.

Leercriterium
Formeel is er niet een opvallend kenmerk in dit boek aan te wijzen. Wat de inhoud betreft, zou verder ingegaan kunnen worden op de verschillende functies van taal. In dit boek komen de onderwerpen ‘vertalen’ en ‘poëzie’ aan de orde. In de klas zou gesproken kunnen worden op de verschillende mogelijkheden en toepassingen van taal.

Leercriterium Formeel nee
Inhoudelijk/cultureel ja