Direct naar menu
start » wereldwijd » taaluniecentrum

De Leeswijzer

Boekverslag De klank van sneeuw. Twee novellen


door Athur Japin

Dit boek bestaat uit twee novellen.

1. Dooi
Dit verhaal draait om een de gedachten van een vrouw die ooit zangeres was en nu voor haar beroep zangles geeft. Zij heeft lange tijd voor haar zieke vader gezorgd en denkt dat anderen medelijden met haar hebben omdat zij alleen is en geen partner heeft. Ze is op weg om voor het eerst in lange tijd als solozangeres op te treden bij een uitvoering van het Weihnachtsoratorium van Bach.

2. Zeep
Dit verhaal gaat over een actrice die in een populaire soap speelt en voor het eerst in lange tijd weer aan een theaterproductie meewerkt, waarvoor de tekst door haar partner is geschreven.

1. Dooi

Criterium
      + Deelaspect
makkelijker moeilijker
lay-out/visuele steun
hoofdstukken/ titels/ witregelsaanwezig afwezig
illustraties aanwezig afwezig
interpunctie aanwezig afwezig
lengte
van de tekst korter langer
van tekstdelen korter langer
van zinnen korter langer
taalgebruik
woordenschat frequent/bekend niet-frequent/ onbekend
taalvariatie standaardtaal register/ stijlvariatie
formulering weinig idioom, letterlijk/concreet veel idioom, figuurlijk/abstract
grammatica ongemarkeerd, eenvoudig gemarkeerd, complex
textcomplexiteit
verhaallijnen één twee of meer
betekenislagen één twee of meer
scheiding fantasie/werkelijkheidduidelijk of niet van toepassingonduidelijk
thematiek/onderwerp
aansluiting bij leefwereld/leeservaring van de lezeraansluitendminder/niet aansluitend
niveau van abstractie bij de presentatielaag hoog
vertelperspectief auctoriaal, neutraal, personaal, ik-/jijperspectiefwisselend, monologue interieur
personages
aantal weinig veel
uitwerking karakters stereotype, weinig diepgangcomplexe karakters, meer diepgang
verandering onderlinge verhoudingenweinig, niet ingrijpendveel, ingrijpend
identificatiemogelijkheden veel weinig
plaats
geografisch bekend onbekend
sociaal/ cultureel bekend onbekend
tijd
tijdverloop chronologisch, zonder tijdsprongenniet-chronologisch, met tijdsprongen/flashbacks
open plekken/open einde afwezig aanwezig
historische plaatsing bekend of niet van toepassingonbekend
nadruk bij spanningsopbouw gebeurtenissen gedachten/beschrijvingen
Aantal kolommen12 15
Percentage44% 56%

Lay-out/Visuele steun
Het verhaal is ingedeeld in vijf delen die telkens worden aangeduid met het woord ‘zang’. Binnen een zang worden passages soms gescheiden door witregels. De interpunctie is normaal.

Lengte
Het verhaal telt vijftig kleine pagina’s met een vrij groot lettertype. De zangen zijn ongeveer tien pagina’s lang. Sommige alinea’s zijn vrij lang omdat er een gedachtestroom van de hoofdpersoon wordt weergegeven. De zinnen zijn over het algemeen opvallend kort. Een voorbeeld is:

‘Bach. Ik hou van hem. Ik hou van Bach. Hij denkt redelijk. Niet voelen maar redelijk denken. Daar hou ik van. Bach doet dat. Dat ontroert me. Door het hoofd naar het hart. Logisch dat ik van hem hou.’ p.20

Taalgebruik
Het taalgebruik is gemiddeld genomen niet erg moeilijk. Het is standaardtaal. Wel komen er vrij veel werkwoorden voor die niet zo frequent zijn, zoals ‘dichtslibben’ p.21, ‘vermogen’ p.28, ‘zwabberen’ p.31, ‘zich vermannen’ p.36, ‘schamperen’ p.53. Omdat de zinnen over het algemeen kort zijn, is het lastig de betekenis van deze woorden uit de context te halen. Ook zijn er wat termen die te maken hebben met zingen en zangtechniek, bijvoorbeeld ‘alt’ p.17, ‘gejubel’ p.18, ‘strot’ p.21, ‘middenrif’ p.33, ‘stembreuk’ p.35, ‘neuriën’ p.38 en ‘vibrato’ p.40. Vaste uitdrukkingen en idioom komen ook voor, bijvoorbeeld ‘met dien verstande’ p.12, ‘op de hielen zitten’ p.23, ‘zijn mannetje staan’ p.24 en ‘vat krijgen op’ p.45. De formuleringen zijn vaak wel abstract, bijvoorbeeld als het over zingen gaat: ‘Het hele instrument raakt geïrriteerd, zwelt op, slibt dicht. Vocht dempt. De klank wordt nat’ p.40
In de korte zinnen in de gedachtegang van de vrouw komt het soms voor dat de persoonsvorm wordt weggelaten, zie bijvoorbeeld het citaat over Bach hierboven. Soms komt er een gemarkeerde constructie voor, bijvoorbeeld ‘Warm was hij.’ p.40, maar deze zijn steeds makkelijk te begrijpen.

Tekstcomplexiteit
De tijd die verstrijkt in het verhaal bestaat uit een avond, een nacht en een ochtend. De lezer kijkt mee met de handelingen en gedachten van een vrouw. Soms zijn er terugblikken, maar die hebben alle te maken met dezelfde verhaallijn van het leven van de vrouw. De vrouw worstelt met hoe ze zich moet opstellen naar de buitenwereld en wat anderen van haar vinden. Deze persoonlijke zoektocht is de enige betekenislaag in het verhaal. Omdat de lezer steeds alleen met de vrouw meekijkt, wordt het niet duidelijk of haar ideeën ook kloppen met de werkelijkheid of dat zij zich slechts inbeeldt dat anderen medelijden met haar hebben.

Thematiek/Onderwerp
Het centrale thema is de poging van de vrouw om zich in te beelden dat ze gelukkig is het met leven dat ze leidt. Omdat de vrouw nogal vreemde en sterk op het zingen gerichte gedachten over het levensgeluk heeft, is dit thema waarschijnlijk niet zo herkenbaar. Ze drukt zich hierbij regelmatig vrij abstract uit.

Vertelperspectief
Het perspectief wisselt: de eerste, derde en vijfde zang worden verteld in het personale perspectief (zij-vorm), terwijl de tweede en vierde zang vanuit het ik-perspectief van de vrouw verteld worden. Hoewel in het hele verhaal de gedachten van de vrouw erg belangrijk zijn, zijn toch in de zangen met het zij-perspectief de gebeurtenissen wat beter vertegenwoordigd dan de gedachten.

Personages
De hoofdpersoon van het verhaal is een vrouw van vijftig jaar oud die nergens bij naam genoemd wordt. De andere personages komen alleen aan de orde als de vrouw aan ze denkt. Er wordt verwezen naar haar broer en haar niet zo lang geleden overleden vader, maar zij treden niet zelf op in het verhaal. Er is een man in de hotelkamer naast die van de vrouw die - hoewel ze elkaar niet kennen en geen woord met elkaar wisselen - een belangrijke rol speelt in haar gedachten.
Het karakter van de vrouw is vrij complex: ze beweert dat ze zich goed in haar eentje kan redden en dat ze gelukkig is, maar tegelijkertijd is ze steeds op zoek naar erkenning door anderen. Van verhoudingen met andere personages is in deze novelle geen sprake.

Plaats
Het verhaal speelt in en bij een hotel langs een snelweg waar alles geautomatiseerd is en zodoende geen personeel aan het werk is. Er is geen enkele aanwijzing voor het land waar het hotel zich bevindt.
Omdat we de vrouw alleen leren kennen vanuit haar eigen perspectief en zonder dat ze anderen ontmoet, is het moeilijk te bepalen wat precies haar plaats in de samenleving is. De lezer verneemt dat zij vroeger zangeres was en nu zangdocente aan een theateropleiding. Wat in ieder geval duidelijk wordt, is dat zij een buitenstaander is en vaak alleen.

Tijd
In het verhaal beslaan de gebeurtenissen een avond, een nacht en een ochtend in een auto en een hotel. Er zijn verschillende flashbacks naar eerdere momenten uit het leven van de vrouw. De lezer krijgt in de novelle een redelijk goed beeld van het karakter van de vrouw en het leven dat ze leidt.
Er is een open einde: de lezer weet niet hoe het zal aflopen met de vrouw: of zij het concert zal geven dat ze van plan was of dat er iets tussen komt. Er wordt in de laatste alinea een situatie geschetst die als onheilspellend kan worden opgevat. Het feit dat de novelle vijf zangen bevat, in tegenstelling tot het Weihnachtsoratorium dat uit zes cantates bestaat, versterkt de illusie dat er nog iets te gebeuren staat of dat het ‘concert des levens’ voortijdig wordt onderbroken.
De historische plaatsing is niet bekend. In ieder geval rijdt de vrouw in een auto en overnacht zij in een hotel waar alles geautomatiseerd is, dus het verhaal speelt waarschijnlijk in het laatste decennium van de twintigste eeuw of in het begin van de eenentwintigste eeuw. De precieze datering is voor het begrip van het verhaal niet van belang.

Nadruk bij spanningsopbouw
De spanning wordt opgebouwd door de gedachten van de vrouw, aangezien er nauwelijks gebeurtenissen plaatshebben.

Conclusie
De beperkte lengte van het verhaal, de korte zinnen en de enkele verhaallijn met slechts weinig personages maken het verhaal redelijk geschikt voor vreemdetalenstudenten. Het complexe karakter van de vrouwelijke hoofdpersoon hoeft ook geen belemmering te vormen, aangezien er weinig complicerende factoren zijn en de lezer zich er dus steeds goed op kan concentreren. Daar staat tegenover dat het taalgebruik en de wijze van uitdrukken soms behoorlijk abstract is. Deze novelle is waarschijnlijk geschikt voor lezers vanaf niveau B1/B2.

Leercriterium
Zowel formeel als inhoudelijk zijn er geen duidelijke aanknopingspunten in deze novelle om bij aan te sluiten in de les.

Leercriterium Formeel nee
Inhoudelijk/cultureel nee

2. Zeep

Criterium
      + Deelaspect
makkelijker moeilijker
lay-out/visuele steun
hoofdstukken/ titels/ witregelsaanwezig afwezig
illustraties aanwezig afwezig
interpunctie aanwezig afwezig
lengte
van de tekst korter langer
van tekstdelen korter langer
van zinnen korter langer
taalgebruik
woordenschat frequent/bekend niet-frequent/ onbekend
taalvariatie standaardtaal register/ stijlvariatie
formulering weinig idioom, letterlijk/concreet veel idioom, figuurlijk/abstract
grammatica ongemarkeerd, eenvoudig gemarkeerd, complex
textcomplexiteit
verhaallijnen één twee of meer
betekenislagen één twee of meer
scheiding fantasie/werkelijkheidduidelijk of niet van toepassingonduidelijk
thematiek/onderwerp
aansluiting bij leefwereld/leeservaring van de lezeraansluitendminder/niet aansluitend
niveau van abstractie bij de presentatielaag hoog
vertelperspectief auctoriaal, neutraal, personaal, ik-/jijperspectiefwisselend, monologue interieur
personages
aantal weinig veel
uitwerking karakters stereotype, weinig diepgangcomplexe karakters, meer diepgang
verandering onderlinge verhoudingenweinig, niet ingrijpendveel, ingrijpend
identificatiemogelijkheden veel weinig
plaats
geografisch bekend onbekend
sociaal/ cultureel bekend onbekend
tijd
tijdverloop chronologisch, zonder tijdsprongenniet-chronologisch, met tijdsprongen/flashbacks
open plekken/open einde afwezig aanwezig
historische plaatsing bekend of niet van toepassingonbekend
nadruk bij spanningsopbouw gebeurtenissen gedachten/beschrijvingen
Aantal kolommen16 12
Percentage57% 43%

Lay-out/Visuele steun
Het verhaal is ingedeeld in drie genummerde delen. Daarnaast worden tekstpassages soms gescheiden door witregels. De interpunctie is normaal.

Lengte
Het verhaal telt vijftig kleine pagina’s met een vrij groot lettertype. De genummerde delen zijn ongeveer 17 pagina’s lang. De lengte van de zinnen is gemiddeld genomen normaal. Opvallend korte zinnen komen iets vaker voor dan opvallend lange zinnen.

Taalgebruik
De gebruikte taal is standaardtaal. In enkele passages worden dialogen uit het toneelstuk weergegeven. Hier is de taal wat ouderwetser, passend bij een (moderne vertolking van een) Grieks drama. Er kan hier van register gesproken worden.Er zijn wel redelijk veel minder frequente woorden, vaste uitdrukkingen en idioom in het verhaal opgenomen, bijvoorbeeld: ‘houw’ p.61, ‘snakken naar’ p.64, ‘oude rotten’ p.74, ‘ponjaard’ p.75, ‘tergen’ p.75, ‘zijn lusten botvieren’ p.79, ‘er de brui aan geven’ p.80 en ‘ongenaakbaar’ p.92.
Daarnaast zijn er redelijk wat (internationaal gebruikte) woorden die verwijzen naar de wereld van televisie en theater. Voorbeelden zijn: ‘call sheets’ p.64, ‘changement’ p.65, ‘cliffhanger’ p.65, ‘openingstune’ p.71, ‘kijkdichtheid’ p.72, ‘doorloop’ p.74 en ‘nazit’ p.99.
Het gebruik van de grammatica is normaal.

Tekstcomplexiteit
De belangrijkste verhaallijn is het leven van Lea tijdens een repetitieproces zit voor een theateruitvoering. De lezer maakt kennis met haar leven als soapster, de repetities van een groep acteurs voor een openluchtvoorstelling en de relatie met haar partner Thom.
Een tweede verhaallijn is die van het toneelstuk waarvoor Lea repeteert. Er zijn fragmenten van de toneeltekst in de novelle opgenomen. De openingsscène van de novelle brengt de lezer in verwarring, omdat de agressieve gebeurtenissen uit het toneelstuk worden beschreven, zonder dat wordt aangegeven dat het om theater gaat. Hier worden de namen van de personages uit de novelle gebruikt. De scheiding tussen de realiteit van de novelle en het toneelstuk is hier dus niet direct duidelijk. In latere passages worden de namen van de personages uit het toneelstuk genoemd en wordt de tekst typografisch als een toneeltekst afgedrukt, waardoor de lezer de beide verhaallijnen eenvoudig kan scheiden.
Het onderwerp van het toneelstuk, de bloedige wraak van vrouwen op hun mannen voortkomend uit ontrouw, geeft de gebeurtenissen uit de novelle een extra betekenislaag. Ook Lea heeft te maken gekregen met ontrouw van Thom. Haar handelingen in de novelle zijn niet zo opvallend, maar door haar leven met dat van de vrouwen uit het stuk in verband te brengen, ontstaat het vermoeden dat ze van binnen een grote woede voor haar partner heeft opgekropt. In de laatste scène van de novelle wordt een toespeling gemaakt op een manifestatie van deze woede, maar de lezer komt niet te weten of deze daadwerkelijk plaatsvindt of niet.

Thematiek/Onderwerp
Een belangrijk onderwerp in deze novelle is de twijfel die toeslaat bij een vrouw die het voor de buitenwereld goed voor elkaar lijkt te hebben. Lea heeft een bloeiende carrière als soapactrice, zal weer in een toneelstuk gaan spelen en heeft een partner. Toch maakt de lezer voornamelijk uit haar handelingen op dat ze aan alle drie deze verworvenheden twijfelt: ze reageert niet als de directeur van de productiemaatschappij van de soap haar contractverlenging aanbiedt, ze voelt zich uiterst ongemakkelijk bij een repetitie voor het toneelstuk waarbij de acteurs en actrices in contact moeten komen met de natuur en ze denkt - naar aanleiding van een gesprek met de directeur - dat Thom haar slechts voor zijn stuk heeft gevraagd om haar status als soapactrice te gebruiken voor de publiciteit.
Hoewel Lea’s beroep van actrice lang niet elke lezer uit eigen ervaring bekend zal zijn, is het thema van de twijfel over de eigen levenssituatie erg herkenbaar. Dit thema wordt niet zo expliciet gemaakt in de novelle: het wordt steeds aangestipt door bepaalde handelingen van Lea (niet zo abstract als het geval is bij de ingewikkelde gedachtegangen uit de novelle Dooi) en het kan worden opgemaakt, zoals zojuist gezegd, uit het verband met het onderwerp van het toneelstuk.

Vertelperspectief
Het perspectief is in de hele novelle personaal. De lezer volgt de gebeurtenissen in het leven van Lea. De verteller geeft soms haar gedachten weer, maar is meestal niet helemaal expliciet. Een voorbeeld van Lea die zich ongemakkelijk voelt in het gezelschap van haar medespelers van het toneelstuk:

‘Ze moest het hele repetitielokaal oversteken om bij de deur te komen. Het was een grote zolder. De planken kraakten en bij elke stap was ze zich bewust dat ze haar allemaal nakeken. Dat wist ze zeker. Overal. Altijd. Iedereen keek.’ p.64

Personages
De hoofdpersoon is de actrice Lea. Haar precieze leeftijd wordt niet bekend in de novelle, maar waarschijnlijk is zij in de dertig. Haar partner Thom de Ruddere is tekstschrijver. Hij heeft het toneelstuk geschreven waar Lea in zal optreden in een openluchtvoorstelling. De regisseuse van het stuk heet Rose en is het derde belangrijke personage. De overige personages zijn minder belangrijk voor het verhaal. Het zijn de medeactrices van Lea in het toneelstuk die niet bij naam genoemd worden en enkele mensen die werken bij de maatschappij die de soap waar Lea in speelt produceert: Maaike van de make-up, Ton van de kleding, collega-acteur Evert Jansma en de directeur met wie Lea op een feestje een gesprek heeft. Het aantal personages is niet zo groot, maar omdat sommige personages ook een rol in de soap en het toneelstuk spelen (Lea is Vanna Paradis in de soap en Laothoë in het toneelstuk), is het aantal namen dat genoemd wordt groot en kan voor verwarring zorgen.
Alleen Lea’s karakter wordt een beetje uitgediept: gedurende de novelle slaat de twijfel bij haar steeds meer toe. Thom blijft in het hele stuk een man die zich wil bewijzen en van Rose leert de lezer niet veel meer dan dat ze regisseuse is. De relatie tussen Lea, Thom en Rose verandert in de loop van de novelle. Door een terugblik weet de lezer wat er in het verleden tussen Thom en Rose is gebeurd en Lea lijkt gaat Thom in de loop van het verhaal met andere ogen zien. De theaterwereld waarin de personages zich begeven is misschien niet herkenbaar voor iedere lezer, maar de relaties tussen de personages op het persoonlijk vlak is dat zeker wel.

Plaats
De novelle speelt afwisselend in Amsterdam, waar de repetities voor het toneelstuk plaatsvinden, en in Aalsmeer, waar de soap wordt opgenomen. Er zijn verschillende verwijzingen naar bestaande plaatsen: de Marnixstraat in Amsterdam, het Amsterdamse Bos waar de openluchtvoorstelling zal plaatshebben en de studio’s in Aalsmeer die ook in de realiteit gebruikt worden voor het opnemen van soaps (de naam De Droomfabriek in de novelle is wel fictief).
Het sociale milieu waarin de novelle speelt is dat van de theaterwereld waarin mensen hard moeten werken om een rol te krijgen en het heel belangrijk is wat anderen van je vinden.

Tijd
Hoeveel tijd er in de novelle precies verstrijkt is niet bekend. De novelle begint als het repetitieproces voor de openluchtvoorstelling al gestart is en eindigt vlak voor de première. Waarschijnlijk gaat het om enkele weken.
Er zijn enkele flashbacks, waarvan de belangrijkste terugverwijzen naar de eerste ontmoeting van Lea en Thom, naar hun relatie toen Lea op de toneelschool zat en naar het moment dat ze pas was afgestudeerd.
De novelle heeft een open einde. Zoals gezegd zijn er aanwijzingen dat Lea iets onverwachts zal doen om haar woede jegens Thom te uiten, maar de lezer weet niet of dit ook daadwerkelijk gebeurt.
De novelle speelt in het tijdperk dat soaps populair zijn, dat de Buitenveldertbaan voor geluidsoverlast zorgt in het Amsterdamse Bos en er producties gemaakt worden in het theater van het Amsterdamse Bos (eerste voorstelling in 1985). Deze aanwijzingen duiden op de jaren negentig van de twintigste eeuw. Ook de opmerkingen uit het Nawoord van de auteur waaruit blijkt dat hij de novelle heeft geschreven naar aanleiding van zijn eigen ervaringen bij de soap Onderweg naar Morgen in de jaren negentig wijzen in die richting.

Nadruk bij spanningsopbouw
De spanning wordt opgebouwd door gebeurtenissen. Aan de hand daarvan moet de lezers zich een voorstelling maken van Lea’s gevoelens en gedachten.

Conclusie
Het verhaal in deze novelle is interessant en na de wat verwarrende openingsscène goed te volgen. Ook de flashbacks zijn niet moeilijk te herkennen. De grote hoeveelheid namen - mede door de rollen in het toneelstuk - kan wat verwarrend zijn. Het voornaamste probleem voor anderstalige studenten zal het taalgebruik zijn. De hoeveelheid weinig frequente woorden is, zeker in vergelijking met de korte lengte van de novelle, vrij groot. Deze novelle is waarschijnlijk geschikt voor lezers vanaf niveau B1/B2.

Leercriterium
Op het formele vlak kan het interessant zijn het taalgebruik uit de novelle te vergelijken met dat uit de korte passages toneeltekst, waarin de taal wat dramatische typisch trekken heeft.
Inhoudelijk kan de wereld van het theater en de televisie besproken worden, maar deze is over het algemeen niet typisch Nederlands. De openluchtvoorstellingen in het Amsterdamse Bos zijn wel een Nederlands cultureel fenomeen.

Leercriterium Formeel ja
Inhoudelijk/cultureel nee