Direct naar menu
start » wereldwijd » taaluniecentrum

De Leeswijzer

Boekverslag Dani Bennoni

door Bart Moeyaert

De hoofdpersoon van Dani Bennoni is een klein jongetje, Bing, dat in een dorp in België leeft in 1939. Hij doet er alles aan om ervoor te zorgen dat zijn broer Moon trots op hem kan zijn. Moon is niet aanwezig in het verhaal: hij is eerder opgeroepen als soldaat. Niemand weet hoe het met hem is en men twijfelt of hij ooit zal terugkomen. Bing lijkt zich diep in zijn hart hiervan bewust, maar blijft toch geloven in de terugkeer van Moon.
Bing heeft een speciale band met Dani Bennoni, de voetbalheld van zijn broer Moon voor deze het dorp verliet. Dani is Bing nog iets verschuldigd en daarom hoopt Bing dat Dani hem les zal geven in het voetballen. Zo kan hij Moon als hij terugkomt verbazen met zijn voetbalkunsten. Dani Bennoni weigert dit in eerste instantie en Bing probeert zijn zin te krijgen door Dani uit te spelen tegen het meisje Martha Vochten.

Criterium
      + Deelaspect
makkelijker moeilijker
lay-out/visuele steun
hoofdstukken/ titels/ witregelsaanwezig afwezig
illustraties aanwezig afwezig
interpunctie aanwezig afwezig
lengte
van de tekst korter langer
van tekstdelen korter langer
van zinnen korter langer
taalgebruik
woordenschat frequent/bekend niet-frequent/ onbekend
taalvariatie standaardtaal register/ stijlvariatie
formulering weinig idioom, letterlijk/concreet veel idioom, figuurlijk/abstract
grammatica ongemarkeerd, eenvoudig gemarkeerd, complex
textcomplexiteit
verhaallijnen één twee of meer
betekenislagen één twee of meer
scheiding fantasie/werkelijkheidduidelijk of niet van toepassingonduidelijk
thematiek/onderwerp
aansluiting bij leefwereld/leeservaring van de lezeraansluitendminder/niet aansluitend
niveau van abstractie bij de presentatielaag hoog
vertelperspectief auctoriaal, neutraal, personaal, ik-/jijperspectiefwisselend, monologue interieur
personages
aantal weinig veel
uitwerking karakters stereotype, weinig diepgangcomplexe karakters, meer diepgang
verandering onderlinge verhoudingenweinig, niet ingrijpendveel, ingrijpend
identificatiemogelijkheden veel weinig
plaats
geografisch bekend onbekend
sociaal/ cultureel bekend onbekend
tijd
tijdverloop chronologisch, zonder tijdsprongenniet-chronologisch, met tijdsprongen/flashbacks
open plekken/open einde afwezig aanwezig
historische plaatsing bekend of niet van toepassingonbekend
nadruk bij spanningsopbouw gebeurtenissen gedachten/beschrijvingen
Aantal kolommen14 12
Percentage54% 46%

Lay-out/Visuele steun
Het verhaal draagt de titel Dani Bennoni met de subtitel Lang zal hij leven. De hoofdstukken zijn apart aangegeven, beginnend met ‘één’ en eindigend met ‘dertien’. Elk hoofdstukje bestaat uit vier tot tien pagina’s, waardoor het geheel goed overzichtelijk blijft en het verhaal niet een grote lap tekst wordt. Dit boekje bevat geen illustraties en er zijn geen bijzonderheden wat betreft interpunctie.

Lengte
Het boek bevat 84 kleine pagina’s. De zinnen zijn over het algemeen kort, evenals de alinea’s en de hoofdstukken.

Taalgebruik
Het taalgebruik is gemiddeld genomen niet erg moeilijk. Het verhaal is geschreven in standaardtaal op zeldzame uitspraken als bijvoorbeeld ‘ocharm’ p.58 na, die kunnen aandoen als dialect of verouderd taalgebruik. In het verhaal wordt af en toe gebruik gemaakt van idioom, figuurlijke of dubbelzinnige uitdrukkingen; bijvoorbeeld: ‘Hij…schiet een gebedje’ p.24, ‘Zit jij er voor iets tussen?’ p.27, of ‘Martha’s moeder gooide vanuit de verte olie op het vuur’ p.42. In een enkel geval wordt alleen een deel van een uitdrukking genomen om iets duidelijk te maken; bijvoorbeeld: ‘Ik doe mijn ogen dicht. Er kan van alles komen. Een oude koe. Een fout die ik ooit eens heb gemaakt en door Anneka graag een flater wordt genoemd’ p.68. Het zinnetje ‘een oude koe’ refereert hier aan de uitdrukking ‘oude koeien uit de sloot halen’. Verder is er in het verhaal geen opvallend gebruik van grammaticale constructies.

Tekstcomplexiteit
Moeyaert beschrijft in het boek ongeveer anderhalve dag. Er is één verhaallijn, maar wel met een onderliggende betekenis, namelijk die van de oorlogsdreiging in 1939. In het boek vinden we hiervoor voornamelijk aanwijzingen als er gesproken wordt over de afwezige Moon, die voor zijn militaire dienstplicht is vertrokken. Deze onderliggende betekenis kan de interpretatie van het verhaal sterk kleuren. Verder komen de gebeurtenissen uit het begin van het boek en de relatie tussen Bing en Dani Bennoni in een heel ander daglicht te staan als de lezer op de hoogte is van de gebeurtenissen van de vorige dag. Deze gebeurtenissen worden pas in hoofdstuk elf verteld. Iemand die de roman leest met deze informatie in zijn achterhoofd leest als het ware een ander boek: waarschijnlijk komt Bing op hem niet meer over als een naïeve, kleine jongen, maar als iemand die andere personen gebruikt om zijn eigen doelen na te streven.

Thematiek/Onderwerp
Het thema van de zoektocht naar erkenning en waardering van een jonge jongen, aan het begin van de puberteit, is erg herkenbaar. Bing kijkt op tegen zijn grote broer en wil dat deze trots op hem is wanneer hij terugkomt. Tijdens zijn afwezigheid zoekt hij een nieuwe broerfiguur in Dani Bennoni.
Ook belangrijk is de onderliggende dreiging van de oorlog. Deze wordt soms naar voren gebracht in de gesprekken die er gevoerd worden, met name door de volwassen. De gevreesde oproep voor jongens om als soldaat te gaan werken speelt daarin een grote rol. Hier wordt weliswaar steeds met eufemismen naar verwezen, bijvoorbeeld ‘Heeft hij nieuws gekregen?’ p.16, maar de dreiging die ermee samengaat is zelfs voor de grotendeels onwetende Bing voelbaar.
Doordat het perspectief van Bing is gekozen om het verhaal te vertellen, is er meer aandacht voor het eerste thema dan het tweede.

Vertelperspectief
Het verhaal wordt constant verteld door de hoofdpersoon Bing in het ik-perspectief. De lezer ziet wat Bing ziet en wordt ook regelmatig deelgenoot gemaakt van zijn gedachten en gevoelens.

Personages
Bing is de hoofdpersoon die samen met zijn kreupele vriendje Lenny bijna in elke scène aanwezig is. Bing vervult de rol van tussenpersoon in de door Bing aangezwengelde en steeds hoger oplopende discussie tussen Martha Vochten en Dani Bennoni. Dani vervult in het verhaal de belangrijke rol van voorbeeld en ‘surrogaatbroer’ voor Bing.
Andere personen die fysiek aanwezig zijn in het verhaal zijn Anneka, Bings oudere zuster, Theresa Dombrecht, een leeftijdgenoot van Martha en Anneka, Martha’s moeder en Dani Bennoni’s vader. Twee personen die niet zelf optreden in het verhaal maar die wel regelmatig genoemd worden zijn Moon, Bings broer die als soldaat is vertrokken, en Bings moeder, die sindsdien van verdriet haar bed niet meer is uitgekomen.
Al met al is het aantal personages vrij groot voor een novelle. De lezer wordt wel geholpen doordat de personages in het begin van het verhaal in twee ‘kampen’ zijn verdeeld: Dani en zijn vader die aan een auto sleutelen aan de ene kant, en aan de andere kant Martha, Anneka, Theresa en Martha’s moeder die in de keuken van het huis van Martha zitten. Bing en Lenny lopen steeds heen en weer tussen deze twee groepen en fungeren als boodschappers. Later in het verhaal komen de personen uit de twee kampen wel samen, maar de lezer heeft dan al genoeg tijd gehad om de verschillende personages een plaats te geven. Bovendien blijven de meeste personages niet meer dan stereotiepen: alleen van het karakter van de hoofdpersoon Bing komen we wat meer aan de weet doordat we zijn gedachten kunnen meelezen. Hij is dan ook de enige met wie de lezer zich enigszins kan identificeren, hoewel het niet voor alle volwassenen even eenvoudig zal zijn zich te verplaatsen in de gedachtewereld van een kleine jongen op zoek naar een broerfiguur.
De relatie tussen Bing en Dani Bennoni wijzigt sterk in de loop van het verhaal, althans voor de lezer. Die wordt namelijk pas aan het eind van het boek op de hoogte gesteld van relevante gebeurtenissen. Deze relatie vormt het belangrijkste thema van het boek en zorgt ook voor de spanning in het verhaal.

Plaats
Aan de hand van de afkomst van de auteur, is het aannemelijk dat het verhaal zich afspeelt in Vlaanderen. In het verhaal wordt één plaatsnaam genoemd: Tahon, een Waals dorpje ten oosten van Namen en vlak bij de grens met Vlaanderen. Dit is niet het dorp waar het verhaal zich afspeelt. Op de achterflap lezen we dat het de zomer van 1939 is, waaruit we kunnen opmaken de oorlogsdreiging tastbare vormen aanneemt. In het verhaal zelf wordt dit jaartal niet genoemd, maar er zijn wel enkele verwijzingen naar deze periode, bijvoorbeeld het noemen van Johnny Hess (p.11) en Mussolini (p.48) en de verwijzing naar het opzetten van een kampplaats voor een compagnie op doorreis, waarvoor Dani en zijn vader stro vervoeren (p.38).
Er zijn enkele signalen dat de personages tot de ‘gewone’, weinig invloedrijke burgers van een dorp behoren (Bing is als kind steeds alleen op straat, Dani en zijn vader repareren hun auto zelf, de jongens worden opgeroepen voor hun dienstplicht). De sociale achtergrond wordt dus niet helemaal duidelijk, maar deze is ook niet relevant voor begrip van het verhaal.

Tijd
Het verhaal beschrijft ongeveer anderhalve dag uit het leven van Bing. In de hoofdstukken één tot en met tien worden chronologisch de gebeurtenissen van een ochtend en een middag verteld. In de hoofdstukken elf en twaalf, tegen het einde van het boek, worden in terugblikken de gebeurtenissen van de vroege ochtend en de dag ervoor gepresenteerd. Die gebeurtenissen zijn erg belangrijk om het gedrag van Bing in het begin van het boek te begrijpen. In het laatste hoofdstuk keren we weer terug naar het einde van de dag.

Nadruk bij spanningsopbouw
Aan het begin van het boek is de relatie tussen Bing en Dani Bennoni nog niet zo duidelijk. Bepaalde uitspraken van Dani en Bing doen vermoeden dat er meer aan de hand is, bijvoorbeeld: ‘[Bing:] “Je geld is op. Je moet wel ja zeggen.” Dani kijkt snel om zich heen. “Jij let op je mond,” zegt hij.’ p.6, ‘[Bings gedachten:] Zal ik Dani vertellen wat ik weet, en wat hij nog niet weet?’ p.53 ‘Nog nooit ben ik bang geweest voor hem. Niet één keer van al die keren dat we alleen zijn geweest.’ (p.51). Pas aan het eind van het boek krijgt de lezer duidelijkheid, als hij verneemt wat er tussen Bing en Dani heeft plaatsgevonden op de vorige dag en wat Bing op de vroege ochtend heeft gedaan. De spanningsopbouw wordt dus voornamelijk veroorzaakt door het uitstellen van het vertellen van gebeurtenissen.
Ook de oorlogsdreiging op de achtergrond, die steeds door verwijzingen naar Moon naar voren wordt gebracht, verhoogt de spanning in het verhaal.

Conclusie
Wat het taalgebruik en de lengte van de zinnen betreft, is dit boek niet zo complex en dus geschikt voor halfgevorderden. De spanning wordt in het verhaal opgebouwd door het aanvankelijk achterwege laten van belangrijke gebeurtenissen en door de oorlogsdreiging die steeds in bedekte termen wordt aangeroerd. Voor lezers die niet vertrouwd zijn met ‘lege plekken’ in de tekst en eufemistisch taalgebruik, zal de interpretatie van het verhaal veel moeilijker tot stand komen. Het feit dat het verhaal wordt gepresenteerd vanuit de jonge hoofdpersoon Bing versterkt het gevoel bij de lezer dat hij niet op de hoogte is van alle gebeurtenissen. Waarschijnlijk is dit boek daarom geschikt vanaf ongeveer niveau B2.

Leercriterium
Omdat het verhaal in de tegenwoordige tijd is geschreven, kan het goed gebruikt worden om de verschillende vormen van het werkwoord in de tegenwoordige tijd te oefenen. Verder kunnen de thema’s die in het verhaal aan bod komen, zoals bijvoorbeeld de oorlog, angst, de puberteit, voetbal en familierelaties, aanleiding geven tot gesprekken in de klas.

Leercriterium Formeel ja
Inhoudelijk/cultureel ja