Direct naar menu
start » wereldwijd » taaluniecentrum

De Leeswijzer

Boekverslag Beschreven Blad. Novelle

door Remco Campert

De hoofdpersoon van de novelle heet Herman (Mannus) Hansen. Hij is een man van middelbare leeftijd die eigenlijk niets te doen heeft. Dankzij een erfenis van zijn ouders, die bij een vliegtuigongeluk zijn omgekomen, hoeft hij niet te werken. Hij is een groot twijfelaar en slaagt er daarom steeds niet in iets te ondernemen waar hij voldoening uit haalt. Hij doet alleen dingen voor vrienden wanneer hem dat wordt gevraagd. In de loop van het verhaal groeit in hem de drang om eindelijk iets voor zichzelf te doen. Uiteindelijk gaat hij daarom proberen een filmscript te schrijven.

Criterium
      + Deelaspect
makkelijker moeilijker
lay-out/visuele steun
hoofdstukken/ titels/ witregelsaanwezig afwezig
illustraties aanwezig afwezig
interpunctie aanwezig afwezig
lengte
van de tekst korter langer
van tekstdelen korter langer
van zinnen korter langer
taalgebruik
woordenschat frequent/bekend niet-frequent/ onbekend
taalvariatie standaardtaal register/ stijlvariatie
formulering weinig idioom, letterlijk/concreet veel idioom, figuurlijk/abstract
grammatica ongemarkeerd, eenvoudig gemarkeerd, complex
textcomplexiteit
verhaallijnen één twee of meer
betekenislagen één twee of meer
scheiding fantasie/werkelijkheidduidelijk of niet van toepassingonduidelijk
thematiek/onderwerp
aansluiting bij leefwereld/leeservaring van de lezeraansluitendminder/niet aansluitend
niveau van abstractie bij de presentatielaag hoog
vertelperspectief auctoriaal, neutraal, personaal, ik-/jijperspectiefwisselend, monologue interieur
personages
aantal weinig veel
uitwerking karakters stereotype, weinig diepgangcomplexe karakters, meer diepgang
verandering onderlinge verhoudingenweinig, niet ingrijpendveel, ingrijpend
identificatiemogelijkheden veel weinig
plaats
geografisch bekend onbekend
sociaal/ cultureel bekend onbekend
tijd
tijdverloop chronologisch, zonder tijdsprongenniet-chronologisch, met tijdsprongen/flashbacks
open plekken/open einde afwezig aanwezig
historische plaatsing bekend of niet van toepassingonbekend
nadruk bij spanningsopbouw gebeurtenissen gedachten/beschrijvingen
Aantal kolommen17 12
Percentage59% 41%

Lay-out/Visuele steun
De novelle is opgedeeld in zeven korte hoofdstukjes met elk hun eigen titel. Tweemaal wordt een titel voor twee hoofdstukken gebruikt met erachter een nummer: Telefonades (1) en (2) en Boodschappen (1) en (2). Dit weerspiegelt het saaie leven van Mannus waarin eigenlijk weinig gebeurt. Binnen de hoofdstukken worden geen witregels gebruikt. De interpunctie is normaal.

Lengte
De novelle heeft 65 pagina’s, met een groot lettertype. De lengte van de alinea’s wisselt, net als die van de zinnen. Het boekje bevat een aantal opvallend lange zinnen, zoals:

‘In zulke twijfels verkeer ik vaak, met op de achtergrond mijn overtuiging dat het er allemaal niet zoveel toedoet of dat het er juist heel veel toedoet, maar dat je je beslissingen niet onder controle hebt en dat het ook niet zoveel zin heeft om elke stap die je doet met al zijn mogelijke effecten van te voren te berekenen.’ p.5-6.

Taalgebruik
De novelle is geschreven in standaardtaal, maar bevat wel veel minder frequente woorden, bijvoorbeeld: ‘rondscharrelen’ p.6, ‘schrijning’ p.12, ‘trawant’ p.16, ‘handgemeen’ p.17, ‘uitgeteerd’ p.40 en ‘zelfgenoegzaam’ p.53. Ook is er veel idioom en zijn er opvallend veel uitdrukkingen te vinden. Voorbeelden zijn ‘zich uit de voeten maken’ p.8, ‘door de beugel kunnen’ p.9, ‘wikken en wegen’ p.11, ‘ergens een stokje voor steken’ p.15, ‘erdoor jassen’ p.16, ‘te berde brengen’ p.18, ‘eruit komen = oplossen’ p.20, ‘op de hoogte brengen’ p.27, ‘het vuile werk opknappen’ p.29, ‘op het punt staan’ p.35, ‘varkentjes wassen’ p.47, ‘bogen op’ p.58 en ‘in de wind slaan’ p.65. Het gebruik van de grammatica is in de novelle normaal.

Tekstcomplexiteit
Er is in de novelle één verhaallijn, die van het leven van Mannus. Belevenissen van anderen personages, zoals zijn zus en vrienden, worden alleen beschreven als Mannus ermee te maken krijgt. Er is maar één betekenislaag: Mannus gedachten en twijfels maken deel uit van zijn leven. Hij heeft nooit een keuze hoeven maken en beschrijft zijn positie zelf als volgt:

‘Ik druk me voorzichtig uit. Wat mijn drijfveren betreft blijf ik liever in de mist. Ik hoef niet alles uit te leggen, zeker niet aan mezelf. Als ik al een wens heb is het om een blad te zijn dat onbeschreven is.’ p.45
De gedachten van Mannus worden voor de lezer steeds duidelijk ingeleid, bijvoorbeeld met een overgangszin waaruit duidelijk wordt dat het om een gedachte of een herinnering gaat, zoals ‘die beslissing had niets met milieubewustheid te maken, maar eerder met een gril in mijn denken.’ p.5, waarna een weergave van gedachten volgt, of met behulp van vragen die hij zichzelf stelt, zoals ‘’Je bent een lieve jongen. Heb je een vriendin?’ Had ik een vriendin? Misschien was Frieda mijn vriendin. Ze duurde nu al meer dan een jaar.’ p.43, waar Mannus de vraag duidelijk aan zichzelf voorlegt.

Thematiek/Onderwerp
Het centrale thema in de novelle is de ontwikkeling van een individu, de zoektocht naar wat iemand in het leven wil doen en bereiken. Dit is niet zo’n verrassend thema, maar een origineel aspect is dat het in dit verhaal om een man gaat van minimaal veertig jaar oud die nog met de problematiek bezig is van een jongere. Doordat hij ongeveer op zijn twintigste een grote erfenis heeft gekregen, heeft hij nooit iets hoeven doen om zijn geld te verdienen en ook niet de moeite genomen om na te denken wat hij met zijn leven zou willen doen. Dat moment breekt voor hem nu pas aan, terwijl zijn leeftijdgenoten met hun beroep al een duidelijke positie in de samenleving verworven hebben. Mannus gaat twijfelen aan de vriendschappen die hij heeft:

‘Had ik wel vrienden? Ik kende mensen die mij om vriendendiensten vroegen, maar waren dat vrienden? Ik beschouwde sommigen als mijn vrienden, maar het was niet onmogelijk dat ik dat uit gemakzucht deed. Ik verkeerde zo af en toe graag in hun gezelschap, maar had dat iets met vriendschap te maken? Voelden ze vriendschap voor mij? Ik wist het niet.’ p.57
Het thema zal voor de meeste lezers bekend zijn, maar de precieze invulling ervan is dus bijzonder.

Vertelperspectief
Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Mannus, in de eerste persoon. Het laatste hoofdstuk is in briefvorm (herkenbaar door de aanhef Beste Peter). Mannus legt erin uit wat zijn ideeën zijn voor de film.

Personages
Het aantal personages dat in deze novelle optreedt of genoemd wordt is vrij groot. Mannus Hansen is de hoofdpersoon. Hij heeft telefonisch contact met zijn zus Joke. Hij heeft twee vriendinnen, Sonja en Frieda, van wie de eerste de relatie verbreekt. Twee vrienden van Mannus, de kunstschilder Joop Meinderts en de advocaat Boris, vragen hem om een vriendendienst voor hen te verrichten. Joop Meinderts komt zelf ook voor in de novelle, Boris niet, maar wel diens moeder die door Mannus uit het ziekenhuis wordt opgehaald na een heupoperatie. Tegen het einde van het verhaal ontmoet Mannus een filmproducent, Peter Bont geheten.
Alleen Mannus’ karakter wordt dieper uitgewerkt en verandert in de loop van de novelle, de andere personages blijven vlak. In het begin is Mannus nog erg passief en laat hij zijn leven door anderen bepalen. Maar zijn houding tegenover zowel vrienden als vriendinnen wordt minder vanzelfsprekend, hij gaat eraan twijfelen (zie de citaten hierboven).Aan het eind van de novelle heeft hij eindelijk besloten wat hij wil doen: een filmscript schrijven. Met het filmscript dat hij Beschreven blad noemt, in scherp contrast tot zijn eerdere wens om een onbeschreven blad te zijn, probeert hij invulling te geven aan zijn leven. Zijn uitgangspunt vormen gebeurtenissen uit zijn eigen verleden, maar hij laat de hoofdpersoon veel spannendere dingen beleven dan hij zelf gedaan heeft. Aan de andere kant is het ook tekenend dat hij naar zijn eigen leven grijpt om een verhaallijn op te bouwen: het lijkt of hij niet genoeg fantasie heeft om zich in een totaal vreemde situatie in te leven.

Plaats
In het boek worden fictieve plaatsnamen genoemd die op bestaande plaatsen in Nederland zijn geïnspireerd (Maaldrecht, Grondmeer, Strandvoort en Valmere). De lezer krijgt het gevoel dat de novelle zich in Nederland afspeelt.
Mannus komt uit een rijk milieu. Zijn vader was directeur van een internationaal toonaangevend bedrijf en Mannus kan al twintig jaar rentenieren van de erfenis.

Tijd
Hoeveel tijd er precies verloopt in de novelle is niet duidelijk. De belangrijkste gebeurtenissen, Mannus’ optreden bij een bijeenkomst in een bejaardentehuis namens zijn vriend Joop en het ophalen van Boris’ moeder uit het ziekenhuis, beslaan twee dagen. Wanneer hij de brief aan Peter schrijft met zijn ideeën voor het filmscript, is niet bekend.
In terugblikken worden eerdere gebeurtenissen verteld. De belangrijkste terugblik bevindt zich meteen in het eerste hoofdstuk. Het is een jeugdherinnering aan een moment waarop Mannus besloot iets anders te doen dan van hem verwacht werd. Deze herinnering staat model voor zijn filmscript.
De lezer komt niet te weten of het filmscript ooit voltooid zal worden. Ook verneemt hij niet wat de producent Peter Bont van Mannus’ autobiografische plan vindt. Er is dus een open einde.

Nadruk bij spanningsopbouw
De spanning wordt in deze novelle zowel opgebouwd door de gebeurtenissen als door de gedachten van Mannus. In de verschillende episodes (de discussie in het bejaardentehuis, de tijd die Mannus doorbrengt met de moeder van Boris, de toevallige ontmoeting met de filmproducent Peter Bont) zijn het de gebeurtenissen die voor de spanning zorgen. In de novelle als geheel zijn het vooral Mannus’ gedachten en twijfels die de lezer benieuwd maken of hij het heft in eigen hand zal nemen en zelf een keuze maken in zijn leven.

Conclusie
Het verhaal in deze novelle is goed te volgen en de thematiek is interessant en voor veel lezers herkenbaar. Het enige probleem voor beginnende lezers is het taalgebruik. Het aantal niet-frequente woorden en uitdrukkingen is groot. Met een woordenlijst is deze novelle waarschijnlijk geschikt voor lezers op niveau B1/B2.

Leercriterium
In de novelle komen opvallend veel uitdrukkingen en idioom voor. Het kan interessant zijn daar aandacht aan te besteden in de les en studenten bijvoorbeeld te laten inschatten in welke context ze kunnen worden gebruikt.
Op het inhoudelijke vlak zou het thema van twijfel en het maken van keuzes onderwerp van gesprek kunnen zijn. Er zijn geen culturele elementen die in de novelle sterk naar voren komen.

Leercriterium Formeel ja
Inhoudelijk/cultureel nee